snelmenu
patiŽnteninformatie

Donorinformatie allogene stamceltransplantatie

Uw familielid heeft een ernstige bloedziekte. Een mogelijke vorm van zijn/haar behandeling kan een hematopoietische (stam)cel transplantatie (HCT) zijn, met stamcellen van iemand anders (= allogeen). Bij deze transplantatie zou u de donor kunnen zijn.

In deze brochure leest u wat allogene HCT precies is en hoe het werkt. De brochure gaat ook in op wat allogene HCT betekent voor u (de donor) en uw familielid (de ontvanger).

Hematopoietische (stam) cel transplantatie (HCT)

In het beenmerg bevinden zich de stamcellen die de productie verzorgen van rode bloedcellen, bloedplaatjes en witte bloedcellen. Deze stamcellen kunnen worden getransplanteerd.
De termen hematopoietische (stam)cel transplantatie (HCT) en beenmergtransplantatie worden nogal eens door elkaar gebruikt. Dit is eigenlijk niet juist. Met beenmergtransplantatie wordt bedoeld het transplanteren van afgenomen beenmerg waarin de hematopoietische stamcel zich bevindt. Met hematopoietische (stam)cel transplantatie wordt bedoeld het transplanteren van naar het bloed verplaatste (= gemobiliseerde) (stam)cellen.
Tegenwoordig zijn meer dan 95% van de transplantaties, transplantaties van gemobiliseerde (stam)cellen (HCT).

We onderscheiden twee soorten HCT

  1. autologe HCT (autoloog = van de patiŽnt zelf)
    Bij deze vorm van HCT krijgen patiŽnten de eigen stamcellen terug, die in een eerdere fase van de behandeling zijn afgenomen en opgeslagen. Deze autologe HCT is eigenlijk onderdeel van een behandeling met hoge dosis chemotherapie. Door de chemotherapie raken de stamcellen in het beenmerg dusdanig beschadigd dat zůnder eigen stamcellen het niet meer mogelijk zou zijn om nieuwe bloedcellen aan te maken.
  2. allogene HCT (allogeen = van iemand anders)
    Bij deze vorm van HCT krijgen patiŽnten stamcellen van een donor (dus niet van zichzelf).
    Daarbij kan de donor:
    • verwant zijn waarbij geheel de transplantatie eiwitten overeenkomen, dit kan alleen het geval zijn bij een broer of een zus (sibling)
    • ook kan er gebruik gemaakt worden van broers, zusters of andere familieleden zoals ouders, kinderen, neven en nichten waarbij een deel van de transplantatie eiwitten overeenkomen (zogenaamde haplo-identieke donoren (haplo = helft))
    • niet-verwant zijn (Matched Unrelated Donor: “MUD’). Bij deze allogene HCT is de donor geen familie van de ontvanger. De vrijwillige, niet-verwante donor heeft geheel of gedeeltelijk dezelfde transplantatie eiwitten als de patiŽnt. Hier komen we later in de brochure op terug.

Werking allogene HCT

Er zijn twee belangrijke redenen waarom een allogene HCT een effectieve manier is om de kwaadaardige ziekte te bestrijden, namelijk:

  1. Er wordt kort voorafgaand aan het terugplaatsen van de stamcellen chemotherapie en/of bestraling gegeven (conditionering). Deze chemotherapie en/of bestraling leidt ertoe dat het beenmerg ontvankelijk wordt voor de donor stamcellen omdat het immunsysteem van de patiŽnt door deze therapie wordt onderdrukt. Daarnaast heeft de conditionering ook in mindere of meerdere mate een celdodend effect op cellen (zowel kwaadaardige als ook de niet kwaadaardige bloedcellen). De intensiteit van de conditionering wordt afgestemd op de leeftijd en restziekte bij de patiŽnt.
  2. Getransplanteerde donorcellen hebben een afweerreactie tegen de achtergebleven tumorcellen. We noemen dit effect het graft-versus-tumor effect. Dit wil zeggen dat de graft (= het transplantaat) de tumorcellen aanvalt. De afweercellen (afkomstig van de donor) herkennen de tumorcellen in het lichaam van de ontvanger en vallen deze aan. Eventuele resterende tumorcellen worden op die manier onderdrukt en opgeruimd. Dit graft versus tumor effect is de verklaring waarom ook bij patiŽnten die een minder intensieve conditionering krijgen een genezing kan worden bewerkstelligd.
    Het nadeel van het graft-versus-tumor effect is, dat de donorcellen geen onderscheid maken tussen tumorcellen en gewone cellen. Dit betekent dat behalve tumorcellen ook gezonde cellen van de donor kunnen worden aangevallen door de afweercellen van de ontvanger. Dit noemen we de graft-versus-host reactie: anders gezegd de graft (= het transplantaat) valt de host (= gastheer / patiŽnt) aan.

Donor

Om een allogene HCT te kunnen ondergaan moet een patiŽnt een passende donor hebben. Een passende donor heeft (gedeeltelijk) dezelfde transplantatie eiwitten op zijn cellen als de ontvanger.
Transplantatie (HLA-)eiwitten zitten op de buitenkant van de meeste cellen in het lichaam en worden bepaald door onze genen. Van onze genen is de helft afkomstig van de moeder en de andere helft van de vader. Zijn de HLA-eiwitten identiek tussen broer/zus en ontvanger, dan is de broer of zus een goede donorkandidaat. De kans dat een broer of zus een volledig identieke donor is 25%. In dat geval zijn de relevante transplantatie eiwitten en genen hetzelfde.
Omdat kinderen de helft van de transplantatie genen van hun vader en de andere helft van hun moeder krijgen, kunnen ook ouders donor kandidaten voor hun kinderen zijn. Om dezelfde reden kunnen ook kinderen donor zijn voor hun ouders. Daarnaast kunnen broers of zusters ook een donor zijn als in ieder geval de helft van de transplantatie eiwitten identiek zijn. Deze vorm van transplantatie gebeurt alleen als er geen volledige ‘match’ is met een broer/zus of onverwante donor.
Een verschil in bloedgroep tussen donor en ontvanger is niet bepalend of iemand wel of geen donor kan zijn. In figuur 1 is de HLA-typering schematisch weergegeven.

Schematische weergave HLA-typering

Donor procedure

Als een patiŽnt een indicatie heeft voor een allogene HCT, dan wordt de allogene transplantatiecoŲrdinator ingeschakeld. De allogene transplantatiecoŲrdinator is een verpleegkundige die betrokken is bij het allogene transplantatieprogramma waaraan de patiŽnt deelneemt.
Voor u als mogelijke donor betekent dit, dat de allogene transplantatiecoŲrdinator contact met u opneemt. Vervolgens zorgt de coŲrdinator ervoor dat bloedonderzoek van uw familielid en van u en overige potentiŽle familiedonoren wordt verricht. Doel van dit bloedonderzoek (HLA typering) is te onderzoeken of de transplantatie-eiwitten en genen van uw familielid overeenkomen met die van u of andere familieleden.

Bloedafname

Bloedafname bij de familieleden van de patiŽnt kan plaatsvinden op verschillende manieren:

Als uit het bloedonderzoek blijkt dat u donor voor uw familielid kunt zijn, wordt u dat per brief meegedeeld. In deze brief wordt u verzocht contact op te nemen om een afspraak te maken voor een persoonlijk gesprek met de allogene transplantatiecoŲrdinator. Als uit het bloedonderzoek blijkt dat u geen donor voor uw familielid kunt zijn, wordt u dit per brief meegedeeld. In deze brief wordt vermeld dat u op dit moment geen donor kan zijn. Als er geen volledig gematchte andere donor gevonden kan worden is het mogelijk dat er beroep op u gedaan wordt als in ieder geval de helft van de transplantatie eiwitten overeenkomen (haplo-identiek).

De donor krijgt altijd eerder bericht dan de patiŽnt. (Zie Persoonlijk gesprek)

Persoonlijk gesprek

Tijdens dit gesprek krijgt u uitgebreide voorlichting over de transplantatieprocedure en de gevolgen die het donor zijn voor u heeft. Tevens wordt er voor de 2e keer een bloedmonster afgenomen. Pas als u daar toestemming voor geeft, wordt de ontvanger ingelicht over het resultaat van de typering. Andere familieleden die geen donor kunnen zijn, ontvangen hierover bericht per brief. Deze brief wordt pas verstuurd nadat de mogelijke donor een gesprek heeft gehad met de allogene transplantatiecoŲrdinator. Op deze manier willen we de privacy en keuzevrijheid van de donor beschermen.

Donorkeuring

De donorkeuring bestaat uit de volgende onderdelen:

Wij vinden het heel belangrijk dat u uw beslissing om donor te zijn voor uw familielid in alle vrijheid kunt nemen. Als u, om welke reden dan ook twijfels heeft of u wel een geschikte donor zou kunnen zijn, of als u nog vragen heeft die u graag wilt bespreken, dan kunt u hiervoor terecht bij de onafhankelijke arts of verpleegkundig specialist die de medische keuring (heeft) verricht. Pas als alle onderzoeken hebben aangetoond dat er geen medische bezwaren zijn en als u ook werkelijk donor wilt zijn, bent u een geschikte donor voor uw familielid. Dan wordt ook de datum voor de transplantatie definitief gepland. U wordt op de hoogte gebracht van de keuringsuitslag door de keurende arts/verpleegkundig specialist en uw huisarts ontvangt een kopie van de keuringsbrief.

Verzamelen van de (stam)cellen kan op twee manieren:

  1. uit het bloed: zogeheten aferese
  2. direct uit het beenmerg: Beenmergoogst

Terwijl uw familielid (de ontvanger) bezig is met de voorbehandeling begint het proces van verzamelen van de hematopoietische (stam)cellen bij de donor. Het proces van het verzamelen van hematopoietische (stam)cellen kan verdeeld worden in twee stadia:

  1. verplaatsing (= mobilisatie)
  2. verzameling (= aferese).
  1. Verplaatsing
    Vijf dagen voor de uiteindelijke transplantatie (dag -5) begint u met het onder de huid spuiten van de groeifactor Filgrastim (G-CSF) (merknaam Neupogen). U spuit deze groeifactor twee keer per dag tot en met de ochtend op de dag van transplantatie (dag 0). Op de dag van de medische keuring geeft de allogene transplantatiecoŲrdinator u instructies over het spuiten van de groeifactor. Als u niet zelf wilt of kunt spuiten en niemand uit uw directe omgeving dit kan doen, kan een medewerker van de thuiszorg u de G-CSF injecties geven (hieraan zijn kosten verbonden die niet vergoed worden).
    Het toedienen van G-CSF zorgt ervoor dat de hematopoietische (stam)cellen zich vanuit het beenmerg gaan verplaatsen naar de bloedbaan. Dit wordt mobilisatie van hematopoietische (stam)cellen genoemd.
    Door de injectie van G-CSF kunt u zich een aantal dagen ’grieperig‘ voelen (spierpijn, botpijn, soms lichte hoofdpijn, last links boven in de buik).U kunt hiervoor eventueel 2 tabletten (ŗ 500mg) paracetamol nemen. Voor zover nu bekend is het toedienen van G-CSF veilig: het resulteert niet in een grotere kans op het ontwikkelen van bloedziekten bij de donor.
  2. Verzameling
    Op de ochtend van de dag van transplantatie begint het verzamelen van de hematopoietische (stam)cellen die zich in de bloedbaan bevinden. Dit wordt ook wel aferese genoemd. Voor het verzamelen wordt u aangesloten op de aferese machine. Dit is een soort centrifuge waarbij de cellen waarin zich de (stam)cellen bevinden worden verzameld. Om voldoende stamcellen te verzamelen moet u ongeveer 3 tot 4 uur aangesloten zijn op de aferese machine.
    Als u geschikte bloedvaten (van voldoende dikte) in uw armen heeft, krijgt u een infuus in beide armen. Als uw bloedvaten niet geschikt zijn, krijgt u een infuuskatheter (met twee openingen) in de lies. Voor het inbrengen van de infuuskatheter in de lies wordt uw lies eerst gedesinfecteerd met een desinfectiemiddel. Vervolgens wordt uw lies afgedekt met steriele doeken. Daarna wordt uw lies plaatselijk verdoofd en brengt de hematoloog de katheter in. Zolang de katheter in de lies zit mag u niet opstaan en blijft u op bed liggen.
    Om bloedstolling te voorkomen tijdens de verzamel (aferese) procedure wordt citraat toegevoegd aan het bloed. Door citraat toe te voegen, daalt het calcium gehalte in het bloed. Dit kan klachten geven zoals tintelingen van de huid (met name rondom de mond en in de vingers) en soms spierkrampen. Om te voorkomen dat een laag calciumgehalte ontstaat wordt tijdens de aferese procedure ook weer calcium toegediend via een infuus.
    Meestal lukt het om in ťťn dag voldoende stamcellen te verzamelen. Het kan echter nodig zijn dat er een extra dag (stam)cellen moeten worden verzameld. Is dat het geval, dan moet u, als u een katheter in uw lies heeft, een nacht in het ziekenhuis blijven. Zijn de (stam)cellen via uw armen verzameld, dan mag u naar huis, maar gaat u thuis wel door met groeifactor spuiten. De volgende dag krijgt u nieuwe infusen.

Bij uitzondering (<1% van de donoren) lukt het niet om met behulp van de groeifactor G-CSF de stamcellen te verplaatsen van het beenmerg naar het bloed. Aangezien uw familielid (de ontvanger) begonnen is met de voorbehandeling, is hij/zij afhankelijk van uw hematopoietische (stam)cellen. Er moeten hematopoietische (stam)cellen worden verkregen. Daarom wordt, in deze zeldzame situatie, waarin het niet lukt voldoende (stam)cellen uit het bloed te halen, een beenmergoogst gedaan. Dit gebeurt meestal in de week volgend op de oorspronkelijke transplantatiedag.

Bij een HAPLO stamcel transplantatie kan worden gekozen voor beenmergafname. Beenmergafname wordt gedaan om te zorgen dat er minder cellen inzitten die omgekeerde afstoting kunnen veroorzaken.

Beenmergoogst

Een beenmergoogst is een chirurgische behandeling, die onder algehele narcose plaatsvindt. Tijdens deze behandeling wordt op meerdere plaatsen aan de achterkant van uw bekkenkam in totaal ongeveer 1 tot 1.5 liter beenmerg opgezogen. Dit opgezogen beenmerg wordt bewerkt en meestal dezelfde dag aan uw familielid (de ontvanger) gegeven.
Vroeger, toen G-CSF nog niet beschikbaar was, was dit de standaard procedure voor het verkrijgen van hematopoietische (stam)cellen. Uw beenmerg ondervindt geen schade van de beenmergoogst en u houdt ook ruim voldoende over om zelf bloed aan te blijven maken.
Na de beenmergoogst blijft u kortdurend (uiterlijk tot de volgende ochtend) ter observatie in het ziekenhuis. Eventueel krijgt u een bloedtransfusie en pijnstilling. Als gevolg van de beenmergoogst houdt u een aantal dagen een beurs gevoel in de onderrug en kunt u wat langere tijd moe zijn door de narcose en milde bloedarmoede.

Controle na donatie

Na 1 week wordt u gebeld door een verpleegkundig consulent van het transplantatieteam en hij/zij zal een afspraak maken voor over 5-6 weken op het verpleegkundige specialisten spreekuur. Deze afspraak wordt gemaakt om te controleren of de bloedwaardes hersteld zijn en of u nog klachten of vragen heeft.

Transplantatie

De eigenlijke transplantatie is het toedienen van de hematopoietische (stam)cellen aan uw familielid, die bij u zijn verzameld uit het bloed of beenmerg. De transplantatiedag noemen we dag 0. Als bij de eerste aferese onvoldoende cellen zijn verzameld, vindt dit nogmaals plaats op dag +1. Hoewel het toedienen van de hematopoietische (stam)cellen een relatief eenvoudige procedure is, is het een mijlpaal in de behandeling. Het toedienen van de de hematopoietische (stam)cellen is te vergelijken met een bloedtransfusie. Na infusie van de hematopoietische (stam)cellen nestelen deze zich in het beenmerg van de ontvanger en kan het transplantaat beginnen met het produceren van bloedcellen. Na de transplantatie krijgt uw familielid (de ontvanger) uiteindelijk uw bloedgroep.

Donor lymfocyten infusie

Soms kan het nodig zijn om in een periode na de transplantatie het transplantaat te versterken. Dit kan bijvoorbeeld zijn in het geval de ziekte van uw familielid weer actief wordt. De gebruikelijke methode om het transplantaat van uw familielid te versterken is het toedienen van afweercellen (lymfocyten) die bij u zijn afgenomen. Deze afweercellen worden verkregen door middel van de aferese procedure, zoals die ook is toegepast om de stamcellen te verzamelen. U hoeft nu echter geen groeifactor te gebruiken. Het gaat immers niet om de stamcellen, maar om de afweercellen (lymfocyten). Deze procedure noemen we donor lymfocyten infusie (DLI). Meestal worden er meer lymfocyten afgenomen dan nodig is voor de 1e gift DLI. Het overgeblevene wordt dan in porties ingevroren. Deze kunnen dan zo nodig in een latere fase worden toegediend.
Voor de aferese procedure wordt u nog een keer gezien door de onafhankelijke arts of verpleegkundig specialist en wordt er bloed afgenomen. Met name de virusserologie mag niet ouder zijn dan een maand. Deze keuring bestaat uit een gesprek en bloedafname, het beenmergonderzoek hoeft niet herhaald te worden.

Kosten

Privacy

De gegevens met betrekking op de transplantatie worden vastgelegd en kunnen gebruikt worden voor eventuele onderzoeken in de toekomst. Ook uw gegevens worden geanonimiseerd vastgelegd. De gegevens zijn dus niet te herleiden naar uw persoon.

Informed consent

In het traject voor HCT zal de verpleegkundig consulent van het transplantatieteam en de arts of verpleegkundig specialist die de medische keuring uitvoert uitgebreid met u praten. Als u geschikt bent als donor en u hebt in alle vrijheid kunnen beslissen of u inderdaad ook donor wilt zijn voor uw familielid, dan wordt u gevraagd een informed consent (toestemmings) formulier te tekenen. Met het tekenen van dit formulier geeft u aan dat u goed geÔnformeerd bent en dat u instemt met het donor zijn. Er bestaat altijd de mogelijkheid om u terug te trekken als donor. Dit kan ten alle tijde, tenzij uw familielid al begonnen is met de conditionering.

Tijdens de medische keuring krijgt u een beenmergonderzoek om te beoordelen of uw beenmerg gezond is. Er wordt ruim afgenomen zodat er voldoende materiaal is voor eventuele aanvullende testen. Indien deze testen niet nodig zijn dan worden normaal gesproken deze cellen vernietigd. Met uw toestemming mogen deze cellen (anoniem) worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Tijdens het informatiegesprek zal de arts of verpleegkundige dit met u bespreken en u vragen een toestemmingsformulier te tekenen indien u toestaat dat het teveel aan afgenomen cellen wordt gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek.

Vragen

Als u na het lezen van deze brochure vragen heeft, beantwoorden we die natuurlijk graag. De telefoonnummers van alle betrokken zorgverleners staan voorin deze brochure.