Behandeling ALL

Datum laatste herziening: 18-02-2021

Eerste lijn therapie

Schema folinezuur en HD MTX

Allogene stamceltransplantatie

Recidief/Refractair ALL

Literatuur

Verwante pagina's

Links in deze pagina

Trial-info

Chemolijsten (overige)

Eerste lijn therapie

B-ALL en T-ALL

1. Binnen protocol

Indien studie geopend is heeft het de uitdrukkelijke voorkeur patiŽnt te behandelen binnen de klinische studie.

B-ALL: eerste lijn: H146 (blinatumomab + chemotherapie) volgt.

2. Buiten protocol

2.1.1.PatiŽnten ≥18 jaar die fit worden bevonden voor intensieve chemotherapie: behandeling  volgens controle arm van de H100. De leeftijden indelingen zoals gedefinieerd in het H100 protocol (i.e. ≤ 40 jaar en > 40 jaar) worden hierbij gehandhaafd.
  Indien positief voor het Philadelphia chromosoom (Phi+), dan : dasatinib 1 dd 100 mg toevoegen. Dasatinib heeft voorkeur vanwege vermogen door te dringen in CNS.  Bij intolerantie, andere TKI.
  NB: gedurende de hele behandeling, TKI toevoegen, behalve tijdens asparaginase behandeling.
  PatiŽnten met standard risico: geen ALLO HCT in eerste lijn.
  PatiŽnten met hoog risico: ALLO HCT in eerste lijn.
   
2.1.2.PatiŽnten ≥18 jaar die niet fit worden bevonden voor intensieve chemotherapie, kunnen meestal langdurig (jaren) in remissie worden gehouden met pre-inductie volgens Groninger schema gevolgd door onderhoudsbehandeling volgens het Groninger schema.
  Als Phi+ B-ALL: dasatinib  1 dd 100 mg toevoegen.
   
2.1.3.PatiŽnten met hyperleukocytose (>100 x109/l) bij presentatie:
  Geen hyperviscositeit: pre-inductie volgens het Groninger protocol gevolgd door behandeling volgens H100 (hoog risico). Als patiŽnten geen pre-inductie kunnen krijgen, prednison 1 dd 60 mg oraal x 7 dagen.

Lymfoblastair lymfoom met mediastinale massa en/of lymfadenopathie elders

PatiŽnten met lymfoblastair lymfoom (LBL) worden behandeld als ALL; indien mogelijk in het vigerende protocol, anders volgens de gedefinieerde standaard behandeling.

Respons evaluatie LBL:

Wanneer radiotherapie (RT)?

Schema folinezuur en HD MTX

Tijd na einde MTXMTX spiegel (ug/L)Folinezuur dosering
12 h (dag 2, 36h na start)<4.50030 mg elke 6h IV na 2x gevolgd door p.o.
  4.500-45.000100 mg/m2 elke 6h IV
  >45.000*1000 mg/m2 elke 6h IV
24 h (dag 3, 48h na start)<10030 mg elke 6h p.o.** tot spiegel <15 ug/L
  100-45030 mg elke 6h IV
  450-900100 mg/m2 elke 6h IV
  900-4.500200 mg/m2 elke 6h IV
  >4.500*200 mg/m2 elke 3h IV
48 h (dag 4, 72h na start)<15folinezuur stop
  15-4515 mg elke 6h p.o.** tot spiegel <15 ug/L
  45-10030 mg elke 6h p.o.** tot spiegel <15 ug/L
  100-450200 mg/m2 elke 6h IV
  450-4.500200 mg/m2 elke 3h IV
  >4.500*500 mg/m2 elke 3h IV
72 h (en verder)>45Continueren folinezuur tot <15 ug/L en eventueel overleg apotheek
* Bij zeer hoge MTX spiegels, vertraagde MTX klaring, ernstige toxiciteit en/of creatininestijging kan glucarpidase overwogen worden.
**Bij patienten met malabsorptiesyndromen en/of gastrointestinale stoornissen waarbij de darmresorptie van folinezuur niet gewaarborgd is dient de toediening IV te blijven.

Allogene stamceltransplantatie

Indicaties:

  1. PatiŽnten in CR1: alle hoog risico patiŽnten (zie boven)
  2. PatiŽnten in CR2: alle patiŽnten

Conditionering:

  1. Keus voor type conditionering: zie Allo HCT paragraaf
  2. Voor ALL is het belangrijk te kiezen voor conditionering met RT. Een uitzondering kan de haploidentieke stamcel transplantatie zijn.
  3. PatiŽnten met CZS betrokkenheid:
  4. PatiŽnten met B-ALL phi + :

Recidief/Refractair ALL

Type patiŽntEerste keuzeAlternatief c.q. vervolg
R/R B-ALL (Phi neg), fitte patientenEerste cyclus anti-CD22-calicheamicine (inotuzumab ozogamicin).

Tweede cyclus: blinatumomab gevolgd door een ALLOSCT
Re-inductie met HyperCVAD deel-B (HD-MTX/HD-ARA-C) als tumor reductie gevolgd door:
Blinatumomab: eerste cyclus: eerste week 9 ug/dag gevolgd door 28 ug/dag x 3 weken 2 weken rust + conventionele CZS profylaxe.
Blinatumomab tweede cyclus: 28 ug/dag x 4 weken + CZS profylaxe.

CART-cells in studie verband

Als patiŽnten in complete remissie komen: ALLOSCT
R/R B-ALL, Phi neg, geen fitte patienten (geen kandidaten ALLOSCT)Eerste cyclus anti-CD22-calicheamicine (inotuzumab ozogamicin).

Tweede cyclus: blinatumomab

Volgende cycli: x 3 cycli consolidatie met blinatumomab
Re-inductie met pre-inductie volgens Groninger schema als tumor reductie gevolgd door:

Blinatumomab eerste cyclus: eerste week 9 ug/dag gevolgd door 28 ug/dag x 3 weken 2 weken rust + conventionele CZS prof/behandeling.

Blinatumomab tweede cyclus: 28 ug/dag x 4 weken + CZS pfx

Als patiŽnten in complete remissie komen: overwegen consolideren met 3 cycli blinatumomab + CZS pfx of door met maintenance kuur (individualiseren).

CART-cells in studie verband
R/R B-ALL Phi positief, fitte patiŽntenIdem als Phi neg als de blinatumomab geregistreerd is voor Phi positief B-ALLInozutumab ozogamicin x 2 cycli gevolgd door ALLOSCT

HAM schema gevolgd door ALLOSCT

CART-cells in studie verband
R/R B-ALL Phi positief, niet fitte patiŽntenIdem als Phi neg als de blinatumomab geregistreerd is voor Phi positief B-ALL. Anders:

Inozutumab ozogamicin x 2 cycli gevolgd door TKI remmer (dasatinib)
Re-inductie met pre-inductie volgens Groninger schema als tumor reductie + TKI remmer (dasatinib) gevolgd door maintenance volgens Groninger schema

CART-cells in studie verband
R/R T-ALL fitte patienten zonder CZS lokalisatieT-ALL <20 jaar:
Nelarabine (AraG) 650 mg/m2/d x 5 dagen, etoposide 100 mg/m2/d x5 dagen, inlooptijd 2 uur en cyclofosfamide 440 mg/m2/d x5 dagen, inlooptijd 30-60 min (Commander, 2010, Berg SL et al 2005). Bij remissie, ALLOSCT.

T-ALL ≥ 20 jaar: Nelarabine monotherapie 1,5 g/m2 op dag 1,3 en 5 (Gokbuget, 2011): 1 of 2 cycli, bij remissie, ALLOSCT.
Anti-CD30 (brentuximab) als de T-ALL blasten CD30 positief zijn gevolgd door ALLOSCT

HAM schema gevolgd door ALLOSCT
R/R T-ALL fitte patienten met CZS lokalisatieNelarabine (AraG) 400 mg/m2/d x 5 dagen, etoposide 100 mg/m2/d x5 dagen, inlooptijd 2 uur en cyclofosfamide 440 mg/m2/d x5 dagen, inlooptijd 30-60 min ( Commander, 2010, Berg SL et al 2005). Bij remissie, ALLOSCT.Hyper CVAD-deel B gevolgd door ALLOSCT
R/R T-ALL niet fitte patienten met CZS lokalisatieNelarabine palliatief gevolgd of niet door anti-CD30  

Toxiciteit van blinatumumab en behandeling

Literatuur


VERWANTE PAGINA'S:
- Acute leukemie: diagnostiek en algemene maatregelen van behandeling
- Acute leukemie: specifieke problemen
- Acute leukemie: diagnose en classificatie acute leukemie
- Behandeling van AML
- Behandeling van APL
- HOVON 100-studie
- Groninger schema, adaptatie januari 2008
- Profylaxe en behandeling van meningeale leukemie en meningeaal lymfoom
- Protocol toedienen cytostatica via een Ommayareservoir
- Acute leukemie: checklist bij nieuwe opname


LINKS IN DEZE PAGINA:
- Groninger schema
- H100
- Toxiciteit van blinatumumab en behandeling


TRIAL-INFO VOOR DEZE PAGINA:
AMG 404 B-ALL
   Originele protocol
   PatiŽnteninformatie
   Samenvatting

HOVON 100 > 40 jaar
   Originele protocol
   PatiŽnteninformatie
   Recept Clofarabine en Peg-aspraginase
   Artsenverklaring PEG asparaginase
   SAE-instructie

HOVON 100 ≤ 40 jaar
   Originele protocol
   PatiŽnteninformatie
   Toestemmingsformulier
   Recept Clofarabine en Peg-aspraginase
   Artsenverklaring PEG asparaginase
   SAE-instructie

HOVON 146
   Originele protocol
   PatiŽnteninformatie pre-studie
   PatiŽnteninformatie
   Recept
   Samenvatting

INO-VATE B1931022
   Originele protocol
   PatiŽnteninformatie
   Recept
   Recept Neupogen
   Samenvatting
   SAE-instructie



CHEMOLIJSTEN (OVERIGE) VOOR DEZE PAGINA:
   Standaard behandeling ALL
   HOVON 100 Overzichtsschema
   HOVON 100 Schema 1: Prefase (klinisch) <40
   HOVON 100 Schema 2: Consolidatie A en B (poliklinisch en klinisch) <40
   HOVON 100 Schema 3: Intensivering I <40
   HOVON 100 Schema 4: Interfase (poliklinisch en klinisch) <40
   HOVON 100 Schema 5: Intensivering II (poliklinisch) <40
   HOVON 100 Schema A: Prefase en inductie (klinisch) > 40 jaar
   HOVON 100 Schema B: Consolidatie I (klinisch) > 40 jaar
   HOVON 100 Schema C: Inductie II (poliklinisch) > 40 jaar
   HOVON 100 Schema D: Consolidatie II (klinisch) > 40 jaar
   HOVON 100 Maintenance
  
   Groningerschema
   Pre-inductie ALL
   Inductie 1 en 2 (OPA)
   Consolidatie (Ara C en asparaginase)
   Maintenance
  
   ALL rescue consolidatie
   ALL rescue inductie
  
   HAM Mitoxantrone-HD-ARAC
  
   Rescue schema in patiŽnten >=18: T-ALL
   ALL Nelarabine Etoposide en Cyclofosfamide
   ALL Nelarabine Monotherapie
  
   MRD+, recidief of refractair B-ALL
   Blinatumomab inductie volledig klinisch versie MRD+
   Blinatumumab poliklinisch ALL va Inductie II
   Blinatumumab inductie volledig klinisch
  
   Inotuzumab klinisch
   Inotuzumab poliklinisch
  
   Hyper CVAD deel A
   Hyper CVAD deel B


Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer