Infectiepreventie/vaccinatie bij splenectomie en hyposplenisme

Datum laatste herziening: 28-03-2018

Richtlijn

Inleiding

PatiŽnten

Verwekkers

Behandeling

Vaccinatie

Antibiotica

PatiŽntinformatie

Reis naar het buitenland

Verwante pagina's

Links in deze pagina

Richtlijn

Voorkomen van infecties bij hyposplensime of na splenectomie.

Keywords: vaccinatie, splenectomie, asplenie, hyposplenie

Dit is een lokale richtlijn van het UMCG bedoeld voor volwassen patiŽnten. Het is een samenvatting van de landelijke LCI-richtlijn

Inleiding

Personen zonder (functionele) milt hebben een sterk verhoogd risico op ernstig verlopende infecties, vaak aangeduid met "overwhelming postsplenectomy infection" (OPSI) of post-splenectomiesepsis.

De incidentie van post-splenectomiesepsis wordt geschat op 2-5 per 1000 patiŽnten zonder functionele milt per jaar. Meer dan 50% van de infecties treedt op in de eerste 2 jaar na splenectomie, maar het risico blijft levenslang verhoogd. De mortaliteit van post-splenectomiesepsis wordt geschat op 50-70%, waarvan 68% van de patiŽnten overlijdt binnen 24 h en 80% binnen 48 h.

PatiŽnten

Er zijn drie groepen patiŽnten met een (functionele) asplenie.

  1. PatiŽnten bij wie de milt operatief is verwijderd.
  2. PatiŽnten die geboren zijn zonder milt.
  3. PatiŽnten bij wie de milt niet goed functioneert (functionele asplenie) vanwege een onderliggende ziekte of eerdere behandeling.

De laatste groep patiŽnten is groot en divers. Bij patiŽnten met sikkelcelanemie, na een miltinfarct of na bestraling van de milt is de kans op een functionele asplenie groot. Voor verdere voorbeelden verwijzen wij naar de LCI-richtlijn.

De aanwezigheid van Howell Jolly lichaampjes kan wijzen op hypo- of asplenisme, echter de afwezigheid sluit dit niet uit.

Verwekkers

Behandeling

Om het risico op ernstige infecties bij patiŽnten zonder (functionele) milt te verlagen dienen meerdere maatregelen genomen worden. Deze zijn onder te verdelen in drie categorieŽn: vaccinatie, antibioticagebruik en patiŽnteducatie.

Vaccinatie

  1. Geconjugeerd pneumokokkenvaccin (PCV): Prevenar 13
    1. Eenmalig, twee maanden voor PPV23
  2. Polysaccharidepneumokokkenvaccin (PPV): Pneumovax 23
    1. Twee maanden na PCV13, eenmalig herhalen na 5 jaar
  3. Haemophilus influenza type B: act-Hib*
    1. Eenmalig
  4. Geconjugeerd meningokokkenvaccin tegen zowel C als W: Menveo
    1. Eenmalig
    2. b. Was eerder Neisvac-C, maar dit is gewijzigd vanwege toename serotype W
  5. Influenza
    1. Jaarlijks via de huisarts

NB Er kunnen meerdere vaccinaties tegelijkertijd gegeven worden mits in verschillende ledematen cq spiergroepen.

NB De kosten van deze vaccinaties worden (meestal) niet vergoed: Prevenar13: 72,67; act-Hib 26,74; Menveo 44.47; Pneumovax23 8.31 Dus in totaal: 152,19

* Niet geregistreerd voor volwassenen, richtlijnen rond "off-label"-gebruik toepassen.

Tijdstip vaccinatie

* Indien de juiste volgorde niet wordt aangehouden (namelijk PCV voor PPV) zorgt dit voor lagere antilichaamtiters.

Antibiotica

  1. Profylaxe: feneticilline 2dd250mg of 1dd500mg: (tijdelijk) leverproblemen (bij komst uit het buitenland is een artsenverklaring noodzakelijk) en patient moet meer bijbetalen dan tweede optie) of fenoxymethylpenicilline 2dd250mg
    1. Gedurende de eerste twee jaar na splenectomie
    2. Bespreek met patiŽnt dat deze mogelijkheid de kans op een post-splenectomiesepsis verder kan verlagen, maar hier therapietrouw voor noodzakelijk is (Bewijslast: extrapolatie van studie bij kinderen; daarnaast zal rijksvaccinatie met Prevenar13 zorgen voor toename infecties met serotypes die niet in vaccin zitten).
  2. Bij koorts of onwelbevinden: amoxicilline-clavulaanzuur 3dd625mg
    1. PatiŽnt goed informeren: altijd bij zich dragen, direct innemen, daarna contact met arts.
    2. Bij allergie: claritromycine 1dd500mg of azitromycine 1dd250mg
  3. Bij dierenbeten: amoxicilline-clavulaanzuur 3dd625mg, 7 dagen
    1. Bij allergie: clindamycine 3dd600mg en ciprofloxacine 2dd500mg, 5 dagen

PatiŽntinformatie

Het geven van goede informatie aan de patiŽnt is van even groot belang als het geven van vaccinaties of antibiotica.

Reis naar het buitenland

PatiŽnten moeten goed op de hoogte zijn van de risico's die geassocieerd zijn met reizen. Het is dus van belang dat ruim voor de datum van vertrek advies wordt ingewonnen bij de reizigersvaccinatie van de GGD of een internist-infectioloog. Ze moeten geÔnformeerd worden over het belang van malariaprofylaxe en eenvoudige maatregelen om blootstelling aan de malariamug te verminderen.

Met het eerder genoemde meningokokkenvaccin (NeisVac-C) wordt alleen serotype C gedekt en niet andere serotypen. Bij reizen naar risicogebieden moet aanvullend gevaccineerd worden, bijvoorbeeld met het tetravalente meningokokkenconjugaatvaccin.

De voorgeschreven antibiotica dient mogelijk aangepast worden aan de lokale resistentie van het reisland. En ten slotte dient de patiŽnt geÔnformeerd worden hoe babesiose kan worden voorkomen.


VERWANTE PAGINA'S:
- Behandeling en preventie van infecties
- Influenza bij patiŽnten met een gestoorde afweer
- Invasieve Aspergillose bij specifieke populaties (IC/Influenza)


LINKS IN DEZE PAGINA:
- http://www.itp-pv.nl/files/663507_itp_miltverwijde[...]

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer