NHL: iatrogeen immuundeficiŽntie lymfomen

Datum laatste herziening: 03-04-2019

Post transplantatie lymfoom

NHL bij HIV

Behandeling dient afgestemd te worden met HIV consulent / infectioloog.

Iatrogeen immuundeficiŽntie lymfoom (overig)

Referenties

Verwante pagina's

Links in deze pagina

In de WHO 2017 classificatie worden 4 immunodeficiŽntie-geassocieerde lymfo-proliferatieve ziekten onderscheiden: 1. Post-transplantatie lymfomen,  2. HIV-geassocieerd, 3. geassocieerd aan primaire immuundeficiŽnties, en 4. de overige deficiŽntie lymfomen (zoals bij MTX gebruik). (1)

Post transplantatie lymfoom

PTLD is een spectrum van vroege EBV-gedreven proliferaties, naar polymorfe PTLD en monomorfe PTLD. Voor behandeling van vroege EBV reactivaties na allogene stamceltransplantatie zie EBV - PTLD preventie. Risico factoren voor PTLD omvatten type van transplantatie, EBV mismatch en intensiteit van inductie regime en immunosuppressieve therapie na transplantatie.

Behandeling (2)

Studie

Gezien de beperkte sensitiviteit en specificiteit van 18F-FDG-PET scans bij de respons evaluatie van PTLD patienten is er de MRD-PLTD studie (NTR 7402 / NL 7203). (3) Binnen deze prospectieve multicenter studie vinden sequentiŽle metingen plaats parallel aan de standaard behandeling, waarbij middels analyse van circuleren tumor DNA (ctDNA) gekeken wordt naar minimale restziekte (MRD), zie MRD-PTLD.

NHL bij HIV

HIV-related non Hodgkin lymfomen zijn een acquired immune deficiency syndrome (AIDS) defining event. Presentaties kunnen zijn als centraal zenuwstelsel lymfoom, primair effusie lymfoom (PEL) of een systemisch NHL. Het grootste deel van de HIV-gerelateerde lymfomen betreft een DLBCL of een Burkitt lymfoom.

Behandeling dient afgestemd te worden met HIV consulent / infectioloog.

Chemotherapie leidt tot verdere suppressie van de CD4-getallen (tot wel 50%) en een toename van opportunistische infecties, derhalve indicatie voor candida, herpes en PCP profylaxe. Sinds combinatie van ART therapie, is er een afname van opportunistische infecties bij patienten die chemotherapie ondergaan.

Behandeling (4)

Rituximab leidt tot meer complete remissies, betere PFS en OS, maar kan tijdelijk het CD4, CD8 en CD19 getal negatief beÔnvloeden met verdere toename van cellulaire en humorale activiteit.

Let op: in geval van een Kaposi sarcoom kan rituximab leiden tot een flare van het sarcoom door reactivatie van HHV-8. (5)

Iatrogeen immuundeficiŽntie lymfoom (overig)

Binnen de WHO classificatie worden alle overige immuun deficiŽntie lymfomen ondergebracht in de restcategorie. Vrij recent is een voorstel gedaan om deze groep nader te specificeren obv de morfologie, het geassocieerd virus en de geassocieerde immuunsuppressieve status. (6)

Behandeling

Hoewel behandelstrategieŽn bij dit type lymfoom minder eenduidig zijn en er observaties zijn van spontane regressie van LPDs na staken van immuunsuppressie, wordt veelal gebruik gemaakt van chemo-immunotherapie. (7,8) Rituximab monotherapie kan overwogen worden bij EBV gedreven lymfomen en ouderen.

Referenties

  1. Swerdlow, S.H.; Campo, E.; Pileri, S.A.; et al. The 2016 Revision of the World Health Organization Classification of Lymphoid Neoplasms. Blood 2016, 127, 2375-2390.
  2. Dierickx, D.; Habermann, T.M. Post-Transplantation Lymphoproliferative Disorders in Adults. N. Engl. J. Med. 2018, 378, 549-562.
  3. Montes de Jesus, F.M.; Kwee, T.C.; Nijland, M.; et al. Performance of Advanced Imaging Modalities at Diagnosis and Treatment Response Evaluation of Patients with Post-Transplant Lymphoproliferative Disorder: A Systematic Review and Meta-Analysis. Crit. Rev. Oncol. Hematol. 2018, 132, 27-38.
  4. Barta, S.K.; Xue, X.; Wang, D.; et al. Treatment Factors Affecting Outcomes in HIV-Associated Non-Hodgkin Lymphomas: A Pooled Analysis of 1546 Patients. Blood 2013, 122, 3251-3262.
  5. Pantanowitz, L.; Fruh, K.; Marconi, S.; et al. Pathology of Rituximab-Induced Kaposi Sarcoma Flare. BMC Clin. Pathol. 2008, 8, 7-6890-8-7.
  6. Natkunam, Y.; Gratzinger, D.; Chadburn, A.; et al. Immunodeficiency-Associated Lymphoproliferative Disorders: Time for Reappraisal? Blood 2018, 132, 1871-1878.
  7. Yoshida, Y.; Takahashi, Y.; Yamashita, H.; et al. Clinical Characteristics and Incidence of Methotrexate-Related Lymphoproliferative Disorders of Patients with Rheumatoid Arthritis. Mod. Rheumatol. 2014, 24, 763-765.
  8. Ikeno, Y.; Kobayashi, Y.; Akutsu, I. Study of Sixteen Cases of Other Iatrogenic Immunodeficiency-Associated Lymphoproliferative Disorders Developed in Rheumatoid Arthritis Patients. ACR 2018, 2460.


VERWANTE PAGINA'S:
- Maligne lymfomen: stadiŽring en response evaluatie algemeen
- Pathologie onderzoek van maligne lymfomen
- Hodgkin lymfoom
- Non-Hodgkin lymfomen (NHL): inleiding
- NHL: lymfoblastair/precursor B en T
- NHL: lymfocytair lymfoom/CLL
- NHL: folliculair lymfoom
- NHL: nodaal en extranodaal marginale zone lymfoom (MALT-type)
- NHL: lymfoplasmocytair lymfoom / ziekte van WaldenstrŲm
- NHL: diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL)
- NHL: Burkitt-lymfoom
- NHL: mantelcellymfoom
- NHL: perifeer T-cellymfoom
- NHL: primair in het zenuwstelsel (PCNSL)
- Lymfomen van de huid


LINKS IN DEZE PAGINA:
- EBV - PTLD preventie
- MRD-PTLD

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer