Multipel myeloom: behandeling

Datum laatste herziening: 14-02-19

Behandeling

Indicatie

Algemeen

Botziekte

Infectie preventie

Meest voorkomende bijwerkingen en problemen bij de behandeling van het multipel myeloom

Tromboserisico bij patiŽnten die behandeld worden met IMiDs (thalidomide, lenalidomide, pomalidomide)

Symptomatisch MM met ernstige nierfunctiestoornissen

Specifieke behandeling

Smoldering Multipel Myeloom

MM fitte (transplanteerbare) patiŽnt <65-70 jaar

MM niet fitte (of niet transplanteerbare) patiŽnt

Bij de keuze tussen MPV of Rd zijn de volgende parameters van belang

Therapie bij refractaire ziekte

Therapie bij 1e of later recidief

Referenties

Verwante pagina's

Links in deze pagina

Trial-info

Chemolijsten (overige)

Behandeling

Indicatie

Algemeen

Botziekte

Infectie preventie

Meest voorkomende bijwerkingen en problemen bij de behandeling van het multipel myeloom

1. Melfalan

2. Thalidomide

3. Lenalidomide

  1. Myelosuppressief (voor aanpassing zie Bijlage 1).
  2. Verhoogt het tromboserisico (zie aanvullende maatregelen).
  3. Lenalidomide dient aangepast te worden aan de nierfunctie (zie Bijlage 1).
  4. Teratogeen. Aandachtspunt hierbij is het anticonceptiebeleid.

4. Pomalidomide

  1. Myelosuppressief.
  2. Verhoogt het tromboserisico (zie aanvullende maatregelen).
  3. Teratogeen. Aandachtspunt hierbij is het anticonceptiebeleid.

5. Bortezomib

  1. Neuropathie (zie Bijlage 2: Dosisaanpassing bortezomib)
  2. Herpes infecties waarvoor valaciclovir profylaxe tot 3 weken na staken bortezomib7. (2 dd 500 mg, aanpassen aan de nierfunctie).

6. Carfilzomib

  1. Tumorlysis syndroom, nierfunctiestoornissen.
  2. Herpes infecties waarvoor valaciclovir profylaxe tot 3 weken na staken bortezomib7. (2 dd 500 mg, aanpassen aan de nierfunctie).
  3. Cardiotoxiciteit, hypertensie.

7. Ixazomib

  1. Herpes infecties waarvoor valaciclovir profylaxe tot 3 weken na staken ixazomib. (2 dd 500 mg, aanpassen aan de nierfunctie).
  2. Tromboseprofylaxe wordt aanbevolen en moet worden gebaseerd op een beoordeling van de onderliggende risico’s en de klinische toestand van de patiŽnt.

8. Cyclofosfamide

  1. Myelosuppressief.
  2. Hemorragische cystitis (inname met voldoende vocht, bij voorkeur in de ochtend). Gecontra-indiceerd bij patiŽnten met gestoorde mictie.

9. Elotuzumab

  1. Infusie-gerelateerde reacties, m.n. bovenste luchtwegen en koude rillingen.
  2. Myelosuppressie.
  3. Vermoeidheid en asthenie.
  4. Diarree/obstipatie.

9. Daratumumab

  1. Infusie-gerelateerde reacties, m.n. bovenste luchtwegen en koude rillingen; pas op bij obstructief longlijden.
  2. Myelosuppressief.

10. Panobinostat

  1. Myelosuppressief.
  2. Vermoeidheid en asthenie.
  3. Diarree.

Tromboserisico bij patiŽnten die behandeld worden met IMiDs (thalidomide, lenalidomide, pomalidomide)

PatiŽnten met MM hebben een verhoogd tromboserisico. Het gecombineerd geven van IMiDs (thalidomide, lenalidomide en ook pomalidomide) met steroÔden en/of chemotherapie verhoogt dit risico nog verder. Het tromboserisico is met name verhoogd bij nieuw gediagnosticeerde MM patiŽnten.

Er zijn weinig vergelijkende data over de keuze voor aspirine of laag molecular gewichts heparine als tromboseprofylaxe. De twee studies die verricht zijn laten geen verschil zien4,5. Onderstaand advies is gebaseerd op lokale ervaring en de publicaties uit de literatuur 6.

Risicofactoren zijn:

Advies t.a.v. tromboseprofylaxe bij IMIDs5

1 risico factor: Carbasalaatcalcium 100 mg 1dd po tot 1 maand na staken lenalidomide of thalidomide. (Niet van toepassing op onderhoudsbehandeling met 10 mg lenalidomide).

2 of meer risicofactoren of het geven van combinatie van IMiD met hoge dosis dexamethason of antracycline: Nadroparine 5700 EH 1 dd sc.

Advies tav tromboseprofylaxe bij een proteasoom inhibitor

Ook in de groep patiŽnten behandeld met inductie schema's welke een proteasoom inhibitor bevatten (mn PAD) zagen wij een hoge trombose incidentie. Wij adviseren dan ook om bij patiŽnten met een nieuw gediagnosticeerd MM met een hoge tumorload die behandeld worden met een inductieschema voor ASCT tromboseprofylaxe te overwegen in de zin van Nadroparine 5700 EH 1 dd sc.

Symptomatisch MM met ernstige nierfunctiestoornissen6

Specifieke behandeling

Smoldering Multipel Myeloom

Voor hoog risico SMM geldt een 50% kans op progressie binnen 2 jaar. Voor laag risico SMM betreft dit 5% per jaar. Behandeling van hoog risico SMM vindt alleen plaats binnen studie verband. De HOVON 147 is een gerandomiseerde fase 2 studie waarbij 9xKRd wordt vergeleken met 9xRd, waarna lenalidomide onderhoud. Tevens is er de optie om na 4 kuren stamcellen te oogsten. De follow up van SMM patiŽnten is per risico en individu variŽrend van elke 2-3 maanden in hoog risico patiŽnten tot elke 6-12 maanden in laag risico patiŽnten.

MM fitte (transplanteerbare) patiŽnt <65-70 jaar

PatiŽnten < 70 jaar die in aanmerking komen voor een autologe stamceltransplantatie kunnen vanaf mei 2019 worden geÔncludeerd in de EMN 017 (Perseus studie). Hierbij worden een 4-tal inductiekuren VRD al dan niet gecombineerd met daratumumab (D) gevolgd door HDM en PSCT met vervolgens een 2 tal identieke consolidatie kuren waarna vanaf kuur 7 een onderhoudsbehandeling volgt met lenalidomide Ī D.

Buiten studieverband vindt (tot VRD uit de sluis beschikbaar komt) behandeling plaats middels 4 x VTD1. VCD is een goed alternatief waarmee we in Nederland veel ervaring hebben opgebouwd. Volgens verschillende vergelijkende studies is VTD effectiever dan VCD en draagt minder risico's op beenmergsuppressie, weliswaar ten koste van een hoger percentage neuropathieŽn8,9. Bij bereiken van PR/CR stamcelmobilisatie met cyclofosfamide 2 gr/m2 en G-CSF, gevolgd door hoge dosis Melfalan en autologe stamcelreÔnfusie.

Een dubbeltransplantatie kan overwogen worden bij patiŽnten die bij diagnose een hoog risico classificatie hebben, gedefinieerd als de aanwezigheid van del(17p) en/of t(4;14) en/of t(14;16) bij FISH-analyse van gezuiverde plasmacellen.

Onderhoudstherapie met lenalidomide (10 mg gedurende dag 1-21 per 28 dagen) tot twee jaar na autologe stamceltransplantatie wordt geadviseerd bij alle patiŽnten. In de afweging dienen lange termijn toxiciteit en ontstaan van 2e maligniteiten mee genomen te worden. De onderhoudstherapie kan worden gestart na hematologisch herstel, binnen drie maanden.

Allogene stamceltransplantatie is geen onderdeel van de upfront behandeling behalve bij patiŽnten met een plasmacel leukemie; dit kan verder overwogen worden bij het optreden van een recidief van de ziekte binnen 12-18 maanden na eerste autologe stamceltransplantatie. Bij de indicatie tot allogene stamceltransplantatie zijn de duur van ziekte vrije periode, respons op eerdere behandelingen en co morbiditeit relevant. Wanneer tot een allogene stamceltransplantatie wordt besloten, vindt dit bij voorkeur in studieverband plaats.

MM niet fitte (of niet transplanteerbare) patiŽnt

De 'myeloma frailty score' (calculator) kan helpen bij het objectief identificeren van risicofactoren van 'frailty' in ouderen10. De MWG adviseert de IMWG-‘frailty score’ te bepalen bij patiŽnten ouder dan 70 jaar en de therapiedosis hierop aan te passen. De score is te vinden op www.myelomafrailtyscorecalculator.net en op de Hematology-app.

PatiŽnten die niet in aanmerking komen voor een autologe stamceltransplantatie kunnen behandeld worden in de open label fase II HOVON 143 studie. Hierin worden “unfit & frail” ND-MM patiŽnten geÔnduceerd met 28-daagse cycli Ixazomib, daratumumab en lage dosis dexamethason (IDd), gevolgd dooronderhoudstherapie met Ixazomib tot aan progressie, met een maximum van 2 jaar (niet open in UMCG).

Buiten studie verband kan gekozen worden voor de volgende regimes:

Bij de keuze tussen MPV of Rd zijn de volgende parameters van belang

  1. ziekte-gerelateerde kenmerken (bij een nierfunctiestoornis, gedefinieerd als een kreatinineklaring < 30 ml/minuut wordt MPV geadviseerd, bij hoog risico classificatie gedefinieerd als del(17p), en/of t(4;14), en/of t(14;16) bij FISH analyse van gezuiverde plasmacellen is er een voorkeur voor MPV)
  2. co-morbiditeit (bij het bestaan van polyneuropathie heeft Rd de voorkeur)
  3. voorkeur voor geheel orale therapie (Rd) versus gedeeltelijk subcutane therapie (MPV) en
  4. duur van therapie (gelimiteerd tot 9 cycli gedurende 12 maanden in geval van MPV versus 18 cycli Rd gedurende 18 maanden, of tot aan progressie in geval van Rd tot aan progressie)

Melfalan-prednison-thalidomide (MPT) heeft, gezien de slechtere overleving ten opzichte van Rd in de First trial en de hoge toxiciteit ten opzichte van MPR-R in de HOVON 87 studie, niet de voorkeur13.

Bij slechte resorptie van melfalan p.o. kan melfalan 20-25 mg i.v. 1x/4 tot 6 weken gegeven worden (buiten studieverband). Cave late cytopenieŽn.

Therapie bij refractaire ziekte

Bij refractaire ziekte na proteosoom-omvattend therapie wordt behandeling met een iMID geadviseerd (in combinatie met dexamethason en eventueel in combinatie met cyclofosfamide of een Monoclonaal antilichaam). Relapsed/refractory MM (RRMM) is ziekte die non-responsief is of progressief wordt op ingezette behandeling of die binnen 60 dagen na afronden recidiveert in patiŽnten die op hun laatste therapie tenminste minimale respons (MR) of beter scoorden.

Therapie bij 1e of later recidief

Overweging 2e ASCT na minimale remissie van 24 maanden na 1e ASCT (≥36 maanden indien lenalidomide maintenance gegeven werd).

Bij ≥VGPR op voorgaande inductiebehandeling herhaling VTD of VCD (4 cycli; VTD niet bij recidief onder onderhoudsbehandeling lenalidomide).

Indien <VGPR kies alternatief therapieschema. Bij responsieve ziekte volgt na intensificatie (HDM) dan de 2e autologe SCT, gevolgd door lenalidomide maintenance indien nog geen onderhoudstherapie na 1e ASCT is gegeven en de patiŽnt niet refractair is voor lenalidomide.

Een allogene stamceltransplantatie is te overwegen bij het (eerste) recidief MM in geval van “hoog risico ziekte” en bij voorkeur binnen studie verband. Bij de keuze voor een allogene stamceltransplantatie zijn het naast het risicoprofiel, de tijdspanne tussen de initiŽle therapie en het recidief, de middelen die gebruikt zijn tijdens de initiŽle therapie en de te verwachten transplantatie-gerelateerde mortaliteit leidend.

In het algemeen betreft het patiŽnten die reeds inductietherapie met een proteasoomremmer en/of IMiDs gevolgd door een autologe stamceltransplantatie hebben ondergaan en die na een aanvankelijke respons na 6 tot 18 maanden reeds een recidief hebben. Er is geen standaardtherapie vast te stellen bij recidief van de ziekte.

In het algemeen wordt, indien het bijwerkingenprofiel dit toelaat, gekozen voor een medicament van een andere ‘klasse’. Echter indien de respons op voorgaande therapie goed en langdurig (bij voorkeur >VGPR en zeker langer dan een jaar PFS of therapie vrij interval) is geweest, kan deze therapie tevens herhaald worden.

O.b.v. patiŽnt- en ziekte-gerelateerde karakteristieken en de kwaliteit en de duur van de respons van de voorgaande therapie is er wel een voorkeur voor therapie bij recidief of refractaire ziekte.

Ziekte-gerelateerde factoren zijn de mate van agressiviteit van de ziekte, onder andere bepaald door de uitgebreidheid van de botziekte, aanwezigheid van extra medullaire ziekte, plasmacelleukemie en cytogenetische afwijkingen.

Van belang zijn de patiŽnt-gerelateerde factoren zijn met name door eerdere therapie geÔnduceerde PNP of trombose, leeftijd, performance status, beenmergreserve en nierfunctie.

De in de tabellen gegeven aanbevelingen zijn derhalve een praktische leidraad.

Therapie bij eerste relaps
Tijdens onderhoud therapie
Na staken therapie / geen onderhoud therapie
tijdens lenalidomide:
  • DVd

tijdens bortezomib:
  • DRd

tijdens lenalidomide:
  • DVd
  • ICd

tijdens bortezomib:
  • IRd
  • DRd
  • KRd
  • DRd
  • IRd
  • ERd

Therapie bij 2e en volgende relaps
Single refractair IMID of PI, niet beide
Duaal refractair Len/Bor/Ixa
Triple refractair Len/Bor/Ixa/ Car
Triple refractair Len/Bor/Ixa/ POM
Quadruple refractair Len/Bor/Ixa/Pom/Dara
IMID refract.:
  • DVd

PI refract.:
  • DRd

Pom based:
  • (D)Pd
  • PCd

Car based:
  • KRd
  • (KPd)*

Nivo-Dara studie
Pom based:
  • PCd
  • (DPd)*
  • (DPd)*
Dara (Based)

Alkylator based:
  • REP
Elotuzumab based

Studie verband:

BITE-studie Amgen

(BCMA-CAR-T-cel studie)

*combinatie Pomalidomide met Carfizomib of Daratumumab niet vergoed in Nederland.

Tabel met beschikbare (combinaties) van middelen en uitkomsten van behandeling.

MiddelStudie (ref)StudiegroepenMedian PFS (mnd) met HRMedian OS (mnd) met HRBijzonderheden graad 3-4 toxiciteit
PomalidomideMM-00314Pom 4 mg, 21 D. + 40 mg Dex p.w.
vs HD Dex
4.0 vs 1.9; HR 0.48 (0.39-0.60)12.7 vs 8.1; HR 0.74 (0.56-0.97)Pneumonie 13%, febriele neutropenie 10%
  Pom-dC15PomDex vs Pom Dex-Cyclo4.4 vs
9.5
NRFase II
  OPTIMISMM16Pom 4 mg, D1-14
Bor 1.3 mg/ m2  cy 1-8: D1, 4, 8, 11; cy 9 e.v.: D1,8.
LoDEX: 20 mg (10mg>75jr.)
DEX cy 1-8: D1-2, 4-5, 8-9, 11-12; cy 9 e.v. D1-2, 8-9. -Vd vs Vd
Cyclus 21 D.
11.2 vs 7.1; HR 0.61 (0.49-0.77) NRNiet in NL geregistreerd.
Graad 3-4:
Neutropenie (PVd: 42% vs. Vd: 9%), infecties (PVd: 31% vs. Vd: 18%) en trombocytopenie (PVd: 27% vs. Vd: 29%).
CarfilzomibENDEAVOR17Car 56 mg/m2 2x p.w. + Dex
vs Bor 1.3 mg/m2 + Dex
18.7 vs 9.4; HR 0.53 (0.44-0.65)   Tumorlysis.
  ASPIRE18 Car 27 mg/m2 2x p.w. + Rd
vs Rd
26.3 vs 17.6; HR 0.69 (0.57-0.83)40 vs 48 p N/ATumorlysis. Graad 3-4: hypertensie 4%, hartfalen 4%, acuut nierfalen 3%.
PanobinostatPANORAMA119Pan 20 mg 3x p.w. + VelDex
vs VelDex
12.0 vs 8.1; HR 0.63 (0.52-0.76)33.6 vs 30.4; HR 0.87 (0.69-1.10)SAEs: 60 vs  42 procent, incl. trombo- en lymfopenie, diarree, moeheid, polyneuropathie.
DaratumumabSIRIUS20Dara 8 mg/kg of 16 mg/kg3.7 17.5          
  CASTOR21Dara-Vd vs VD16.1 vs 7.1; HR 0.31 (0.24-0.39)N/A; 70% na 1 jr. vs N/A; 80% na 1 jr.Infusie reacties, neuropathie 4.5%, pneumonie 8% hypertensie 6.6%.
  POLLUX22Dara-Rd vs RdNR vs 17.5: HR 0.41 (0.31-0.53)N/A; 87% na 1 jr. vs N/A; 92% na 1 jr.Infusie reacties 5%, pneumonie 7.8%, diarree 5.3%
ElotuzumabELOOQUENT223Elo 10 mg/kg/wk + Rd
vs Rd
19.4 vs 14.9; HR 0.70 (0.57-0.85)44 vs 40. p=0.03Graad 3-4:
Infusiereacties 1%, diarree 5%
IxazomibTOURMALINE-MM124 Ixa 4 mg/wk + Rd
vs Rd
20.6 vs 14.7; HR 0.74 (0.59-0.94)N/AGraad 3-4:   Rash 5%, hartfalen 2%, acuut nierfalen 2%, aritmie 5%, TVT 2%, hypertensie 3%

Referenties

  1. Palumbo et al. IMWG Consensus Statement for the Management, Treatment, and Supportive Care of Patients With Myeloma Not Eligible for Standard Autologous Stem-Cell Transplantation. J Clin Oncol. 2014 Feb 20;32(6):587-600
  2. Zweegman S, van de Donk N, Levin M-D, et al. Wijzigingen in de richtlijnen Behandeling multipel myeloom 2018. Ned. Tijdschr Hemat 2018:15:108-114.
  3. Kyle RA, Yee GC, Somerfield MR, et al. ASCO 2007 clinical practice guideline update on the role of bisphosphonates in multiple myeloma. J Clin Oncol 2007;25:2464-72.
  4. Palumbo A, Cavo M, Bringhen S, et al. Aspirin, warfarin, or enoxaparin thromboprophylaxis in patients with multiple myeloma treated with thalidomide: a phase III, open-label, randomized trial. J Clin Oncol 2011;29:986-93.
  5. Larocca A, Cavallo F, Bringhen S, et al. Aspirin or enoxaparin thromboprophylaxis for patients with newly diagnosed multiple myeloma treated with lenalidomide. Blood 2012;119:933-939.
  6. Leebeek FW, Kruip MJ, Sonneveld P. Risk and management of thrombosis in multiple myeloma. Thromb Res 2012;129: Suppl 1:S88-92.
  7. Dimopoulus MA, Terpos E, Chanan-Khan A, et al. Renal impairment in patients with multiple myeloma: A consensus statement on behalf of the IMWG. J Clin Oncol 2010;33:4976-84.
  8. Cavo M, Pantani L, Pezzi A, et al. VTD is superior to VCD as induction therapy prior to autologous SCT in multiple myeloma. Leukemia 2015;29:2429-31.
  9. Moreau P, Hulin C, Macro M, et al. VTD is superior to VCD prior to intensive therapy in multiple myeloma: results of the prospective IFM2013-04 trial. Blood 2016;127(21):2569-74
  10. Palumbo A, Bringhen S, Mateos MV et al. Geriatric assessments predicts survival and toxicities in elderly myeloma patients: an International Myeloma Working Group report. Blood.2015;125(13);2068-2074
  11. Mateos MV, Dimopoulos MA et al. Daratumumab plus bortezomib, melphalan, and prednisone for untreated Myeloma. N Engl J MED 2018;378:518-28.
  12. Alessandra Larocca et al. RV-MM-PI-0752 Phase III Randomized Study. ASH 2018, #305.
  13. Zweegman S, van der Holt B, Mellqvist UH, et al. MPR vs MPT in untreated multiple myeloma. Blood 2016;127:1109-16.
  14. San Miguel JF, Weisel K, Moreau P, et al. Pomalidomide plus low-dose dexamethasone versus high-dose dexamethasone alone for patients with RR/MM (MM-003): a randomised, open-label, phase 3 trial. Lancet Oncol 2013;14:1055-66.
  15. Rachid C. Baz, Thomas G. Martin III, Hui-Yi Lin et al. Randomized multicenter phase 2 study of pomalidomide, cyclophosphamide, and dexamethasone in relapsed refractory myeloma. Blood 2016 127:2561-2568.
  16. P.Richardson et al. OPTIMISMM: Phase III Trial of Pomalidomide, Bortezomib, Low-Dose Dexamethasone vs Bortezomib, Low-Dose Dexamethasone Alone in Lenalidomide-Exposed RRMM. 2018 American Society of Clinical Oncology Annual [...]
  17. Dimopoulos MA, Moreau P, Palumbo A, et al. Carfilzomib and dexamethasone versus bortezomib and dexamethasone for patients with RR/MM (ENDEAVOR): a randomised, phase 3, open-label, multicentre study. Lancet Oncol 2016;17:27-38
  18. Stewart AK, Rajkumar SV, Dimopoulos MA, et al. Carfilzomib, lenalidomide, and dexamethasone for relapsed multiple myeloma (ASPIRE). N Engl J Med 2015;372:142-52.
  19. San Miguel JF, Hungria VT, Yoon SS, et al. Panobinostat plus bortezomib and dexamethasone versus placebo plus bortezomib and dexamethasone in patients with RR/MM: a multicentre, randomised, double-blind phase 3 trial (PANORAMA). Lancet Oncol 2014;15:1195-206.
  20. Lonial S, Weiss BM, Usmani SZ, et al. Daratumumab monotherapy in patients with treatment-refractory multiple myeloma (SIRIUS): an open-label, randomised, phase 2 trial. Lancet 2016;387:1551-60.
  21. Antonio Palumbo, M.D., Asher Chanan-Khan, M.D., Katja Weisel, et al. Daratumumab, Bortezomib, and Dexamethasone for Multiple Myeloma (CASTOR). N Engl J Med 2016; 375:754-766.
  22. Meletios A. Dimopoulos, M.D., Albert Oriol, M.D., Hareth Nahi et al. Daratumumab, Lenalidomide, and Dexamethasone for Multiple Myeloma. (POLLUX). N Engl J Med 2016; 375:1319-1331.
  23. Lonial S, Dimopoulos M, Palumbo A, et al. Elotuzumab therapy for RR/MM.(ELOQUENT2). N Engl J Med 2015;373:621-31.
  24. Moreau P, Masszi T, Grzasko N, et al. Oral Ixazomib, Lenalidomide, and Dexamethasone for multiple myeloma.(TOURMALINE-MM1). N Engl J Med 2016;374:1621-34.


VERWANTE PAGINA'S:
- Monoklonale gammopathie: MGUS & SMM
- Multipel myeloom: diagnostische criteria, stadiŽring, risico-stratificatie, responsevaluatie
- Multipel myeloom: schema's
- AmyloÔdose


LINKS IN DEZE PAGINA:
- 2018 American Society of Clinical Oncology Annual [...]
- www.myelomafrailtyscorecalculator.net


TRIAL-INFO VOOR DEZE PAGINA:
AMG701
   Originele protocol
   PatiŽnteninformatie
   Toedienlijst
   Recept
   Samenvatting

C16019 ixazomib
   Originele protocol
   PatiŽnteninformatie voor ICF
   Recept Ixazomib
   Samenvatting
   SAE-formulier

CASTOR daratumumab
   Originele protocol
   PatiŽnteninformatie met ICF
   Daratumumab vanaf kuur 9
   Recept
   Samenvatting
   SAE-formulier

HOVON 126
   Originele protocol
   PatiŽnteninformatie
   PatiŽnteninformatie extra beenmerg
   Recept Ixazomib/placebo
   Samenvatting
   SAE-formulier

HOVON 131 – CASSIOPEIA
   Originele protocol
   PatiŽnteninformatie
   Arm B maintenance
   Recept Daratumumab
   Samenvatting
   SAE-instructie

NIVO DARA
   Originele protocol
   PatiŽnteninformatie
   NIVO DARA kuur 1
   NIVO DARA kuur 2
   NIVO DARA kuur 3-6
   NIVO DARA kuur 7 en verder
   Brief aan de apotheek
   Recept
   Samenvatting
   SAE-formulier

OPTIMISMM
   Originele protocol
   PatiŽnteninformatie
   Samenvatting
   SAE-formulier

Perseus
   Originele protocol
   PatiŽnteninformatie algemeen
   PatiŽnteninformatie ongeboren baby
   PatiŽnteninformatie zwangere proefpersoon of partner
   Perseus arm A
   Perseus arm B C1-2
   Perseus arm B C3-6
   Perseus arm B v.a. C7
   Recept Cytostatica
   Samenvatting
   SAE-formulier



CHEMOLIJSTEN (OVERIGE) VOOR DEZE PAGINA:
   Bortezomib, Dexamethason, 2x per week
   Bortezomib, Dexamethason wekelijks
   Bortezomib maintenance elke 2 weken
   Bortezomib maintenance elke 3 maanden 2 keer per week
   Carfilzomib
  
   Daratumumab monotherapie
   Kuur 1
   Kuur 2
   Kuur 3-6
   Maintenance
  
   Daratumumab-VMP
   Kuur 1
   Kuur 2-9
  
   Daratumumab-Bortezomib 1x per week-dexamethason
   Kuur 1
   Kuur 2-3
   Kuur 4-8
  
   Daratumumab-lenadomide-dexamethason
   Kuur 1
   Kuur 2
   Kuur 3-6
  
   MPT iv
   VCD
   VTD
   VMP volgens Vista
   VMP wekelijks
   VMPT
   IDM
   Toedienlijst Cyclofosfamide 2 gram


Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer