AdenoV - RSV

Datum laatste herziening: 01-03-2018

Adenovirusinfectie

Cidofovir: toedieningsschema

Dosisaanpassing (indien hoog gedoseerd) bij gestoorde nierfunctie

Respiratory Syncitial Virus (RSV)

Risicofactoren

Behandeling

Advies

Dosis

Complicaties

Monitoring

Contra-indicaties

Definities

Referenties

Verwante pagina's

Door de verbeterde diagnostische technieken, in combinatie met toenemende mogelijkheden van behandeling, worden we frequenter geconfronteerd met andere virussen dan CMV, EBV en HSV/VZV. Getransplanteerde patiŽnten met verminderde afweer zijn erg vatbaar en zijn niet in staat een goede afweer op te bouwen, zodat de infectie een ernstig, zelfs fataal beloop kan hebben, met neiging naar chroniciteit.

Algemene maatregelen:

Specifieke problemen:

Adenovirusinfectie

Kunnen bij immuungecompromitteerde patiŽnten leiden tot

Verschijnselen van ernstige infectie en/of oplopende CT-waarde voor virus-DNA in bloed kunnen indicatie zijn voor behandeling met cidofovir

Cidofovir: toedieningsschema

DagTijdstipActie
Dag 1, 4, 7, 10, 13, en 16-3 uur2 gram probenecid per os
  -1 uurPrehydratie met NaCl 0.9% 1 liter in 1 uur tijd IV
  0 uurCidofovir 1 mg/kg* IV in 100 ml NaCl 0.9% in 1 uur tijd
  0 uurHydratie met NaCl 0.9% 1 liter in 1 uur tijd IV (tijdens of direct na gift cidofovir)
  + 2 uur1 gram probenecid per os
  + 8 uur1 gram probenecid per os
Alternatief: cidofovir 5 mg/kg in 100 mg NaCl 0,9% , inlooptijd 1 uur, 1x per week gedurende 2 weken.
Dit is meer nefrotoxisch en is gecontraÔndiceerd bij een nierfunctie < 55 ml/min * 1.73 m2. Indien toediening toch noodzakelijk is dient de dosering te worden aangepast aan de klaring (in ml/min/kg), zie tabel.
Onderhoudstherapie, op indicatie:
Na telkens een rustweek herhalen gedurende 1 week, i.e. 1 mg/kg x3 of 5 mg/kg eenmalig

Voorzorgen

Nota bene

Probenecid kan misselijkheid, braken, koorts of huiduitslag geven.
Geef zo nodig tavegil 1 mg p.o. en primperan 10 mg z.n. p.o. of IV.

Dosisaanpassing (indien hoog gedoseerd) bij gestoorde nierfunctie

Klaring (ml/min) per kg lichaamsgewichtDosering (mg/kg)
1.3-1.85
1.0-1.24-5
0.8-0.93
0.72.5
0.5-0.62
0.41.5
0.2-0.31
0.10.5
(gebaseerd op Brody et al., Clin Pharmacol Ther. 1999;65(1):21-8)

Respiratory Syncitial Virus (RSV)

De incidentie van RSV infectie binnen +100 dagen na een alloSCT (myeloablatief en reduced intensity) kan hoog zijn (tot 25%). Vroeg na transplantatie, na een RSV infectie, bestaat de mogelijkheid (50%) van progressie vanuit een bovenste luchtweg infectie (BLWI) naar een onderste luchtweginfectie (OLWI). Een OLWI door een RSV heeft een mortaliteit tussen 32-50%; daarnaast bestaat het risico op het ontwikkelen van een B.O.S., binnen 2 maanden na de infectie.

In 25% van de gevallen bestaat een co-infectie uit een RSV met andere respiratoire virussen.

Risicofactoren

  1. Infectie binnen +100 dagen post allogene SCT
  2. Conditionering: myeloablatief / ATG
  3. Type transplantatie: cordblood- of beenmergtransplantatie heeft een hogere morbiditeit/mortaliteit dan een perifere stamceltransplantatie.
  4. Actieve GVHD
  5. Lymfocytopenie: CD4+ <300/uL
  6. O2-behoeftig bij diagnose

Behandeling

De eerste keus is ribavirine per os.

In het UMCG worden geen Igs iv of steroÔden toegevoegd als standaardbehandeling voor een RSV-pneumonie, gezien de evidence omtrent de effectiviteit van de Igs, zodra een pneumonie ontstaat, ontbreekt.

Advies

RSV + BLWI + geen risicofactor: expectatief, op geleide van de kliniek

RSV+ BLWI + ≥1 risico factor: ribavirine

RSV + OLWI: ribavirine

Dosis

Ribavirine 
per osGewicht ≥75 kg
2 dd 600 mg x 10 dagen
Gewicht <75 kg
2 dd 400 mg x 10 dagen
intraveneusOplaaddosis:
30 mg/kg (tot 2 gr.)
gevolgd door
16 mg/kg (tot 1 gr.), elke 6 uur x 4 dagen
gevolgd door
8 mg/kg (tot 500 mg) elke 8 uur x 6 dagen
inhalatie3 dd 2 gr., inhalatiesessie van 2 uur
x 10 dagen

Complicaties

Monitoring

Hemolyse parameters, lever- en nierfunctie.
Spiegelbepalingen mogelijk, vooral om toxische spiegels te voorkůmen.

Contra-indicaties

Definities

BLWI: detectie van het virus in monsters gekregen van locaties boven de larynx (neus, farynx, sinussen)

OLWI: detectie van het virus van monsters gekregen van locaties onder de larynx (trachea, bronchi, bronchioli)

B.O.S volgens de NIH criteria:

Referenties


VERWANTE PAGINA'S:
- CMV
- HSV/VZV-infecties
- EBV - PTLD preventie

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer