Donorselectie

Datum laatste herziening: 07-11-18

Verwante HLA-identieke donoren

Niet-verwante donoren

Haplo-identieke donoren

Referenties

Verwante pagina's

Verwante HLA-identieke donoren

Volledig HLA-identieke siblings die potentieel donor zouden kunnen zijn, worden gekeurd volgens protocol (hema- donor- F 02). Deze keuring omvat een anamnese, lichamelijk onderzoek, beenmergaspiraat en laboratoriumonderzoek (inclusief virusserologie).

Als na het keuringsonderzoek door de onafhankelijke keuringsarts (deze arts maakt geen onderdeel uit van het behandelend team van de beoogde ontvanger) wordt geconcludeerd dat de potentiŽle donor zonder gevaar voor zichzelf en de ontvanger van het transplantaat donor kan zijn en de donor het informed consent getekend heeft, dan is de potentiŽle donor een geschikte donor. Als bij potentiŽle donoren bij de keuring afwijkende bevindingen worden gevonden waardoor deze geen donor kan zijn, dan is het besluit van de keuringsarts bindend. In gevallen waarbij de keuringsarts niet kan inschatten of deze afwijkende bevindingen tot gevolg hebben dat er potentieel gevaar is a) voor de donor om donor te zijn, b) voor de ontvanger als de donor goedgekeurd wordt, dan wordt als volgt gehandeld:

Selectie donor indien meer dan ťťn HLA-identieke sibling beschikbaar is

Er wordt van de mogelijke donoren een donorkeuzetabel gegenereerd. Hierin worden vermeld of geslacht, gewicht, de leeftijd, bloedgroep, CMV en EBV status wel of niet optimaal zijn voor de ontvanger. In het algemeen wordt de voorkeur gegeven aan:

Niet-verwante donoren

Als een patiŽnt geen 10/10 gematchte sibling donor heeft, zal worden gezocht naar een niet-verwante donor. In principe zal worden gestreefd naar een 10/10 donor met hoge resolutie HLA typering (moleculair 10/10). Dit betekent dat de HLA-A, -B, -C, DR, DQ loci moleculair identiek zijn. Als er geen 10/10 donor gevonden kan worden zal in eerste instantie gekeken worden naar de aanwezigheid van een haplo-identieke donor (zie verderop in dit hoofdstuk). Indien dit geen optie is dan zullen bepaalde mismatches (MM) geaccepteerd worden dan wel cord blood transplantatie overwogen worden.

Er is een aantal observaties, gedaan bij myeloablatieve conditionering, die de verschillende mismatches in perspectief plaatsen. Onderzoek in het verleden liet zien dat bij het gebruik van beenmerg als stamcelbron single MM op het HLA-B of HLA-C locus betere resultaten dan MM op het HLA-A of HLA-DRB1 locus in geval van myeloablatieve conditionering. In de tweede plaats lijken single MM op het HLA-DQ en DP locus minder effect te hebben op overleving. Met name hebben MM op het HLA-DQ locus effect op overleving in combinatie met andere MM. Bij het gebruik van PBSC als bron en een myelo-ablatieve conditionering gaven met name antigeen mismatches in de C locus en DRB1 allel mismatches de slechtste resultaten. Het veld is continu in beweging. Door veranderde conditioneringsschema's (bijvoorbeeld de introductie van post-transplantatie cyclofosfamide)  is het de vraag of de bovengenoemde verworven kennis van voorkeurs mismatches nog van toepassing is. Verder zal HLA typering door next-generation sequencing de algoritme ook gaan wijzigen. Als er meerdere potentiele 10/10 donoren zijn dan zal de keus afhangen van het HLA-DP locus en de criteria zoals hierboven genoemd voor identieke familiedonoren. Als er wel mismatches zijn zullen de overwegingen zoals hierboven besproken worden meegewogen.

Voor de manier waarop rekening houdend met bovenstaande donoren een definitieve keuze wordt gemaakt wordt verwezen naar het document op docportal: procedure voor MUD selectie voor allogene stamceltransplantatie.

De keuring van een niet-verwante donor wordt gedaan door het donorcentrum.

Haplo-identieke donoren

Tot vrij recent waren de uitkomsten van haplo-identieke familiedonor transplantaties duidelijk inferieur aan die van mismatched unrelated donor (MMUD) of navelstrengbloed (UCB) transplantaties, vooral ten gevolge van de hoge transplantatie gerelateerde mortaliteit samenhangend met de stringente T cel depletie die werd verricht. Een recente ontwikkeling op het gebied van haplo-identieke familiedonor transplantaties plaatst deze optie in een heel nieuw perspectief. Bij deze nieuwe vorm van transplanteren wordt het door Baltimore ontwikkelde regiem gebruikt, waarbij het toedienen van hoge doseringen cyclofosfamide vroeg na transplantatie (dag +3 en +4) een selectieve T cel depletie bewerkstelligt met behoud van infectieuze immuniteit. De resultaten van deze conditionering (gereduceerde intensiteit) zijn gelijk aan die van een MMUD. Er zijn ook meerdere studies die een myelo-ablatieve conditionering gebruiken in combinatie met post-transplantatie cyclofosfamide in de haplo-identieke setting. Deze resultaten zijn ook zeker vergelijkbaar met MMUD transplantaties. Er zijn ook al studies die geen verschil laten zien tussen 10/10 MUD donoren en haplo-identieke donoren. Een prospectieve gerandomiseerde studie waaraan het UMCG ook zal deelnemen zal moeten uitwijzen of een de resultaten van een haplo-identieke donor inderdaad identiek zijn aan die van een 10/10 gematchte MUD. Vooralsnog wordt in ons centrum nu de voorkeur gegeven aan een haplo-identieke transplantatie indien geen volledig HLA identieke sibling donor of MUD kan worden gevonden. Bij een verminderde hartfunctie geldt dit niet vanwege de mogelijke cardiale toxiciteit van de post-Tx cyclofosfamide. De keuze om deze haplo-identieke transplantatie te combineren met een myelo-ablatieve of niet myelo-ablatieve conditionering hangt af van de leeftijd, co-morbiditeit, ziekte en remissiestatus. Als stamcelbron wordt in het UMCG bij de haplo-identieke nog beenmerg gebruikt aangezien dit in de originele studies ook werd gebruikt. Dit zou tot minder GVHD leiden gezien het beperktere aantal T-cellen in het transplantaat. Er zijn ook al series met het gebruik van perifeer bloed stamcellen die een veilig GVHD risico laat zien. Dit heeft er vooralsnog bij ons nog niet toe geleid deze stamcelbron standaard i.p.v. beenmerg te gebruiken bij dit type transplantaties. Alleen bij een sterk verhoogd risico op een recidief wordt bij ons bij een haplo-identieke donor aan perifeer bloed als stamcelbron de voorkeur gegeven.

Referenties


VERWANTE PAGINA'S:
- Indicaties allogene stamceltransplantatie
- Rode bloedcel- en HLA-fenotypering transfusiebeleid
- Gesprek ontvanger, hematoloog en transplantatiecoŲrdinator
- Pre-transplantatie-evaluatie ontvanger
- Gesprek transplantatiecoŲrdinator en ontvanger
- Gesprek donor en hematoloog
- Pre-transplantatie-evaluatie donor
- Gesprek transplantatiecoŲrdinator en donor
- Planning donor

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer