Chronische GVHD: diagnostische criteria

Datum laatste herziening: 03-01-2018

Diagnostische criteria chronische GVHD

Scoringssysteem chronische GVHD (NIH 2014)

Referenties

Verwante pagina's

Chronische GVHD (cGVHD) is een veelvoorkomende complicatie na allogene stamceltransplantatie. Beschreven incidenties van cGVHD variŽren van 6% tot 80%. Variabelen die deze grote variatie verklaren zijn: de leeftijd van de ontvanger, donor type, type hematopoietische stamcellen (PBSC versus beenmerg), transplantaatmanipulatie (T-celdepletie) en post transplantie donor lymfocyten infusie (DLI). Het klinische syndroom van cGVHD lijkt het meest op auto-immuun en andere immunologische ziekten zoals sclerodermie, ziekte van SjŲgren, primaire biliaire cirrhose, wasting syndroom, bronchiolitis obliterans, immuun cytopenieŽn en chronische immuundeficiŽntie. De symptomen presenteren zich meestal gedurende de eerste 3 jaar na allogene stamceltransplantatie en worden vooral gezien bij patiŽnten die ook een acute GVHD hebben gehad. De belangrijkste symptomen waarop men klinisch moet letten zijn: sclerotische huidveranderingen, lichen planusachtige huidafwijkingen, maculopapulaire huidrashesdaenensmg, orale lichen planus of orale ulcera, dysfagie met oesofagusstrictuur, gewichtsverlies, gewrichtscontracturen, obstructieve of restrictieve longafwijkingen.

De pathogenese is beduidend minder gedefinieerd dan bij acute GvHD. Huidige concepten zijn o.a. persisteren van alloreactieve T- cellen, een Th1-Th2 shift van de cellulaire immuunrespons, falen van controle door regulatoire T cellen (Treg) en/of gestoorde negatieve selectie van T-cellen in de thymus, vervanging van antigeenpresenterende cellen van de ontvanger door donor APC, auto- en alloantistofproductie door B-cellen en niet specifieke mechanismen van chronische inflammatie resulterend in fibrose van het aangedane orgaan.

Herhaalde sinusitiden en bronchitiden zijn vaak een uiting van verminderde afweer welke is geassocieerd met cGVHD. Dit kan gepaard gaan met diepe hypogammaglobulinemie.

De mediane duur van cGVHD is ruim 3 jaar. Daarom behoeft cGVHD ook langdurige behandeling. Dit maakt dat het stellen van de juiste diagnose belangrijk is. Wij volgen de diagnostische en stadiŽringscriteria zoals die zijn voorgesteld door de NIH consensus werkgroep.

Diagnostische criteria chronische GVHD

(Jagasia et al. Biology of Blood and Marrow Transplantation. 2015:21:389-401)

Organ or SiteDiagnostic (sufficient to establish the diagnosis of cGVHD)Distinctive* (seen in cGVHD, but insufficient alone to establish a diagnosis of cGVHD)Other Features or Unclassifies Entrities†Common Ī(seen with both acute and cGVHD)
SkinPoikiloderma
Lichen planus-like features
Sclerotic features
Morphea-like features
Lichen sclerosus-like features
Depigmentation
Papulosquamous lesions
Sweat impairment
Ichthyosis
Keratosis pilaris
Hypopigmentation
Hyperpigmentation
Erythema
Maculopapular rash
Pruritus
Nails  Dystrophy
Longitudinal ridging, splitting, or brittle features
Onycholysis
Pterygium unguis
Nail loss (usually symmetric, affects most nails)#
   
Scalp and body hair  New onset of scarring or nonscarring scalp alopecia (after recovery from chemoradiotherapy)
Loss of body hair Scaling
Thinning scalp hair, typically patchy, coarse, or dull (not explained by endocrine of other causes)
Premature gray hair
 
MouthLichen planus-like changes Xerostomia
Mucoceles
Mucosal atrophy
Pseudomembranes
  Gingivitis
Mucositis
Erythema
Pain
Eyes  New onset dry, gritty, or painful eyes
Cicatricial conjunctivitus
Keratoconjunctivitus sicca$
Confluent areas of punctate keratopathy
Photophobia
Periorbital hyperpigmentation
Blepharitis (erythema of the eyelids with ederma)
 
Genitalia



Females


Males
Lichen planus-like features
Lichen sclerosus-like features
Vaginal scarring or clitoral/labial agglutination
Phimosis or urethral/meatus
Scarring or stsnosis
Erosions
Fissures
Ulcers
   
GI tractEsophageal web
Strictures or stenosis in the upper to mid third of the esophagus
  Exocrine pancreatic insufficiencyAnorexia
Nausea
Vomiting
Diarrhea
Weight loss
Failure to thrive (infants and children)
Liver      Total bilirubin, alk.phosph.
>2 x upper limit of normal
ALT >2 x Upper limit of normal
LungBronchiolitis obliterans diagnosed with lung biopsy$Air trapping and bronchietasis on chest CTCryptogenis organizing pneumonia
Restrictive lung disease #
BOOP
Muscles, fascia, jointsFasciitis
Joint stiffness or contractures secondary to sclerosi
Myositis or polymyositisEdema
Muscle cramps
Arthralgia or arthritis
 
Hematopoietic
and Immune
    Thrombocytopenia
Eosinophilia
Lymphopenia
Hypo- or hyper-gammaglobulinemia
Autoantibodies (AIHA, ITP)
Raynaud's phenomen
 
Other     Pericardial or pleural effusions
Ascites
Peripheral neuropathy
Nephrotic syndrome
Myasthenia gravis
Cardiac conduction abnormality or
cardiomyopathy
 
ALT indicates alanine aminotransferase; AIHA, autoimmune hemolytic anemia; ITP, idiopathic thrombocytopenic purpura.
* In all cases, infection, drug effect, malignancy, or other causes must be excluded.
† Can be acknowledged as part of the chronic GVHD manifestations if diagnosis is  
   confirmed.
Ī Common refers to shared features by both acute and chronic GVHD.
$ BOS can be diagnostic for lung chronic GVHD only if distinctive sign or symptom present in  
   another organ (see text).
# Pulmonary entities under investigation or unclassified.
∂Diagnosis of chronic GVHD requires biopsy.

Scoringssysteem chronische GVHD (NIH 2014)

Zie ook scoringsdocument chronische GVHD.

Dit is het scoringssysteem voor cGVHD zoals is voorgesteld door de NIH consensus 2014. Het is belangrijk zich te realiseren dat dit scoringssysteem alleen gebruikt kan worden als er sprake is van cGVHD. Dat wil zeggen als er een diagnostisch criterium is of als er een diagnostische eigenschap ('feature') is ondersteund door een histologisch, radiologisch of laboratoriumbewijs.

Er is sprake van milde chronische GVHD als slechts 1 of 2 organen of lokalisaties (behalve longen!) zijn aangedaan, zonder dat er sprake is van functionele beperking. Dit betekent maximale score van 1 in ťťn of meerdere aangedane organen of lokalisaties.

Bij matige chronische GVHD is er tenminste 1 orgaan met klinisch significante GVHD zonder beperkingen (maximum score 2 in een aangedaan orgaan of lokalisatie) of is er sprake van 3 of meer organen of lokalisaties die aangedaan zijn zonder klinisch significante beperkingen (maximum score 1). Een longscore van 1 wordt ook beschouwd als matige cGVHD.

Bij ernstige chronische GVHD is er sprake van ernstige beperking veroorzaakt door cGVHD (score van 3 in een orgaan of lokalisatie). Een longscore van 2 wordt ook beschouwd als ernstige cGVHD.

In tabelvorm ziet bovenstaande er als volgt uit:

Ernst cGvHDAantal organen/locaties aangedaanMax score in aangedane organen/locaties
mild…ťn of twee (m.u.v. long #)1 #
matigDrie of meer1
  …ťn of meer2 @
ernstigOngeacht aantal3

# een longscore van 1 wordt als matig cGvHD aangegeven @ een longscore van 2 of groter wordt als ernstig cGvHD aangegeven

Voor de volledigheid volgen hieronder de originele Seattle criteria voor het indelen van cGVHD:

Referenties


VERWANTE PAGINA'S:
- Acute GVHD: scoringssysteem
- Acute GVHD: behandeling
- PUVA bij GVHD
- Chronische GVHD: systemische behandeling
- Engraftment syndroom
- Voeding bij ernstige GVHD van de darmen

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© UMCG  |   Disclaimer