Home > Benigne hematologie > Hemostase > Trombopathie

Trombopathie

Inleiding

Het aantal trombocyten en de morfologie ervan kunnen normaal zijn bij patiënten met functionele trombocytdefecten. De meeste patiënten hebben een verlengde bloedingstijd, maar dit is niet altijd het geval. De anamnese is ook hier het belangrijkst voor het vaststellen van de aanwezigheid van een bloedingsneiging. Aggregatietesten en secretiestudies tonen de aanwezigheid van een defect aan, maar zijn niet voorspellend voor de ernst van de klinische manifestaties ervan.

Classificatie

Congenitale afwijkingen

  1. afwijkingen in adhesie van trombocyten aan de vaatwand
    1. Von Willebrandziekte (deficiëntie of defect in Von Willebrandfactor)
    2. Syndroom van Bernard-Soulier (deficiëntie of defect in glycoproteïne Ib)
  2. afwijkingen in de aggregatie van trombocyten aan elkaar
    1. congenitale hypo- of afibrinogenemie
    2. ziekte van Glanzmann (deficiëntie of defect in glycoproteïne IIb-IIIa)
  3. afwijkingen van secretie en signaaltransductie
    1. afwijkingen in granulae
      1. storage pool-deficiëntie (Grey platelet syndrome)
      2. Quebec-afwijking
    2. afwijkingen in signaaltransductie
      1. receptordefecten waardoor defect in interactie van trombocyt met agonisten
      2. defecten in G-proteïne-activatie
      3. defecten in fosfatidylinositolmetabolisme
      4. defecten in calciummobilisatie
      5. defecten in fosforylatie van eiwitten
    3. afwijkingen in arachidonzuurpathway en synthese tromboxane A2
      1. verminderd vrijkomen van arachidonzuur
      2. cyclo-oxygenasedeficiëntie
      3. tromboxane-synthasedeficiëntie
  4. afwijkingen in de interactie van trombocyten met stollingseiwitten
    1. defect in factor Va-Xa-interactie (syndroom van Scott)
  5. overig
    1. May-Hegglin-anomalie (macrotrombopathie met normale trombocytenfunctie)
    2. Downsyndroom

Verworven afwijkingen

  1. medicamenteus
    1. trombocytenaggregatieremmers (ascal, clopidogrel, abciximab, tirofiban, eptifibatide, NSAID)
    2. trombolytica (alteplase, reteplase, streptokinase, urokinase, tenecteplase)
  2. uremie

Diagnostiek

  • Trombocytenaantal
  • Aggregatietesten
  • Bloedingstijd
  • Secretietesten, op indicatie en in overleg
  • Morfologie/Elektronenmicroscopie, op indicatie en in overleg

Therapie van congenitale afwijkingen

Algemeen

  • Geen behandeling met trombocytenaggregatieremmende medicatie.
  • DDAVP kan zinvol zijn bij patiënten met normale storage pool.
  • Trombocytentransfusie in het algemeen alleen bij bloedingen.

Specifiek

  • Operaties: operaties moeten worden gepland in het begin van de week en altijd in overleg met de stollingsarts of hematoloog. Eén tot 2 uur preoperatief trombocytentransfusie, hoeveelheid afhankelijk van de ingreep. Verdere toediening van trombocytentransfusies op geleide van de kliniek.
  • Zwangerschap: geen specifieke maatregelen tenzij bij ingrepen zoals invasieve prenatale diagnostiek. Op maternale indicatie is er voorkeur voor een spontane vaginale bevalling, met afhankelijk van de ernst van de bloedingsneiging trombocytentransfusie. Voor een sectio geldt het beleid als voor een operatie. Epidurale pijnstilling, i.m. injecties en medicamenteuze tromboseprofylaxe zijn gecontra-indiceerd. Als er kans is op een aangedaan kind, is op kinderlijke indicatie een kunstverlossing gecontra-indiceerd, zoals ook geformuleerd in de tekst over hemofilie en de ziekte van Von Willebrand.
  • Menstrueel bloedverlies: start orale anticonceptie, bij ernstige bloedingsneiging bij voorkeur voor het optreden van de menarche daar hierbij vaak het meeste bloedverlies optreedt. Bij zwangerschapswens eventueel tranexaminezuur geven gedurende de menstruatie.

Literatuurlijst

  1. Konetti, R.A. Congenital disorders of platelet function: disorders of signal transduction and secretion. S Soc Clin Invest 1998; 316: 69-75.

Deze print is 24 uur geldig na het aanmaken. Aangemaakt op: 23-4-2024, 1:38