Home > Patiënteninformatie > Algemeen > De afdeling > De afdeling Hematologie

De afdeling Hematologie

Inleiding

Hematologie patiënten worden verpleegd op de D1VA en E2VA. De letters VA staan voor Verpleeg Afdeling. Deze brochure gaat over E2VA, kortweg E2 genoemd.

Vanuit de hoofdingang vindt u D1 via de Fonteinstraat 15, op de eerste verdieping en E2 via de Fonteinstraat 15 op de tweede verdieping.

De afdeling is voorzien van een bepaalde luchtbehandeling, met nog aparte luchtfilters op sommige eenpersoonskamers. Deze luchtbehandeling maakt het mogelijk op alle kamers patiënten met een verminderde weerstand te verplegen. Voor de opgenomen patiënten zijn er één-, twee- en vierpersoonskamers, die allemaal zijn voorzien van een was- en toiletgelegenheid.

Bij elk bed is een tv- aansluiting. U kunt de verschillende radiozenders ontvangen via het belsysteem bij uw bed. U kunt de verpleegkundige vragen om een koptelefoon. De 1-persoonskamers zijn voorzien van een speciale luchtbehandeling.

Centraal op de verpleegafdeling bevindt zich de balie waar de secretaresse werkt. Achter de balie is de werkruimte voor de verpleegkundigen. Verder bevindt zich op de verpleegafdeling een dagverblijf, keuken, familiekamer, artsenkamer, bespreek- ruimte en bezoekerstoilet.

Omdat de afdeling Hematologie actief deelneemt aan onderwijs, zijn er naast artsen vrijwel steeds ook studenten geneeskunde (co-assistenten) werkzaam op de afdeling. Zij dragen vanzelfsprekend geen eigen verantwoordelijkheid, omdat ze nog geen arts zijn.

Dagelijkse gang van zaken

Zorgverleners

Naast verpleegkundigen zijn er vaak ook verpleegkundige- en andere stagiaires aanwezig. De verantwoordelijkheid van de verpleging berust bij de hoofdverpleegkundige. De verantwoordelijkheid voor de dagelijkse medische zorg ligt bij de zaalartsen. Dit zijn artsen in opleiding tot internist. Zij werken onder supervisie van internist-hematologen (al dan niet in opleiding). De uiteindelijke supervisie is altijd in handen van een internist-hematoloog.

Op de afdeling werken naast verpleegkundigen en artsen verschillende andere medewerkers, zoals fysiotherapeuten, diëtisten, voedingsassistenten, afdelingsassistenten en huishoudelijk medewerkers. Ook zijn aan de afdeling een medisch maatschappelijk werker, een medisch psycholoog en een geestelijk verzorger verbonden. De verpleging is 24 uur per dag aanwezig. De prikdienst komt ’s morgens vroeg en eventueel ’s middags langs om bloed te prikken bij patiënten bij wie dat nodig is.

Elke dag worden vanaf ongeveer 9.00 uur de patiënten gezien door een arts (er wordt ‘visite gelopen’), op maandag t/m vrijdag door de zaalarts, al dan niet in aanwezigheid van een van de supervisoren: in het weekend loopt de dienstdoende internist- hematoloog visite langs alle patiënten.

Tussen 12.00 – 13.00 uur wordt de broodmaaltijd geserveerd en tussen 17.00 – 18.00 uur de warme maaltijd.

’s Avonds en ’s nachts is een dienstdoende internist in het ziekenhuis aanwezig en heeft een internist-hematoloog bereikbaarheidsdienst.

Op elke woensdagmiddag is er een medisch overleg waarbij alle opgenomen patiënten worden besproken. Hierbij zijn behalve uw zaalarts verschillende specialisten aanwezig.

Verder is er een wekelijks multidisciplinair overleg tussen de verpleegkundige, de diëtist, de fysiotherapeut, de maatschappelijk werker en de geestelijk verzorger betreffende uw begeleiding op de afdeling.

Contactpersoon

Tijdens het opnamegesprek wordt in overleg met u één contactpersoon genoteerd. Deze persoon zal bij gesprekken en calamiteiten benaderd worden. Ook is het wenselijk dat deze contactpersoon de contacten onderhoudt naar andere mensen in uw omgeving.

Het meest geschikte tijdstip om informatie over uw situatie te verkrijgen is ’s ochtends tussen 11.00 – 12.00 uur. Het telefoonnummer waarop gebeld kan worden is (050) 362 28 70 voor B4 en (050) 361 33 13 voor E2.

In overleg is het mogelijk om tussentijds een gesprek aan te vragen met uw behandelende arts.

Opname en diagnose

De opnamedag is een dag met veel indrukken. De verpleegkundige, de co-assistent en de zaalarts zullen een gesprek met u hebben en u lichamelijk onderzoeken. Ook zal vaak aanvullende diagnostiek en voorbereiding nodig zijn. Dit is noodzakelijk in verband met onderzoek naar uw ziekte of als aanvulling op de komende behandeling.

Voor velen van u is de opname op E2 een heropname in het kader van een serie geplande behandelingen. Het is dan niet altijd nodig om opnieuw een uitgebreid, gesprek zoals hiervoor beschreven te voeren. Het moment van opname is gelijk een moment om al uw gegevens te controleren: wat waren de laatste uitslagen van de beenmergpunctie en andere relevante onderzoeken.

Identificatiebandje

Tijdens het opnamegesprek krijgt u een polsbandje met daarop uw naam, geboortedatum en UMCG-nummer. Op deze manier is onder alle omstandigheden te achterhalen wie u bent, ook als u voor onderzoeken van de verpleegafdeling af bent. Het is daarom van belang dat u het identificatiebandje tijdens uw verblijf omhoudt.

Het dragen van een identificatiebandje vergroot uw veiligheid en voorkomt fouten.

UMCG-medewerkers mogen u alleen onderzoeken en u medicatie, bloedtransfusie of chemotherapie toedienen als u een polsbandje draagt.

Langdurige opname en isolement

Als u langdurig wordt opgenomen en vanwege het infectierisico de afdeling niet mag verlaten, ontstaat het risico van conditieverlies en isolement.

Wij vinden het erg belangrijk dat uw conditie zo goed mogelijk blijft. Daarom staan op de gang een loopband en hometrainers (en desgewenst kan er op de isolatiekamer een hometrainer geplaatst worden). U wordt gestimuleerd zo veel mogelijk uit bed te komen, omdat wij ervan overtuigd zijn dat daardoor het aantal complicaties afneemt en het herstel bespoedigd wordt. De afdeling besteedt veel aandacht aan uw voeding als u chemotherapie krijgt. D1 en E2 beschikken over een ruim assortiment aan bijzondere voedingsmiddelen als alternatief voor de gewone voeding.

Ook besteden beide afdelingen veel aandacht aan mondhygiëne als u chemotherapie krijgt, een verminderde weerstand heeft en als een complicatie is opgetreden waardoor u een beschadiging van uw mondslijmvlies heeft (zie ook verder in deze brochure).

De afdeling heeft een abonnement op een regionaal dagblad. U vindt de krant naast de balie. De aanwezigheid van onder andere flatscreen tv’s en hometrainers zijn te danken aan giften van (familie) van ex-patiënten.

U kunt ook uw eigen laptop/I-Pad van thuis meenemen. Op de afdeling kunt u gebruik maken van WiFi, deze is gratis.

In het UMCG hebben de patiëntenkamers geen vaste telefoon naast het bed. U mag gewoon gebruik maken van uw eigen GSM. Voor patiënten die geen eigen GSM hebben stelt het UMCG eenvoudige GSM’s met een prepaidsysteem beschikbaar tegen een laag tarief. De GSM’s kunnen aangeschaft worden bij de receptie in de ontvangsthal. De GSM blijft uw eigendom na vertrek uit het ziekenhuis en kan tevens buiten het ziekenhuis gebruikt worden.

Elk bed is voorzien van gratis tv.

Het contact met de buitenwereld wordt door ons gestimuleerd, u kunt zo op de hoogte blijven van actualiteiten.

Meedoen aan medisch wetenschappelijk onderzoek

Wij proberen uiteraard elke patiënt te behandelen op de beste manier die mogelijk is. Dit noemen we de standaardbehandeling. Bij veel ziektes zoeken we bovendien naar betere genezingsresultaten, of naar een behandeling met even goede resultaten, maar met bijvoorbeeld minder bijwerkingen. Om dit te bereiken worden nieuwe vormen van behandeling onderzocht. Dergelijk onderzoek vindt plaats in studieverband. Bij een dergelijke studie wordt de standaardbehandeling vaak vergeleken met een ‘nieuwe’ behandeling. Het kan zijn dat uw arts tijdens uw opname vraagt of u wilt deelnemen aan een studie. Deelname is altijd vrijwillig. De aard van de studie en de voor- en nadelen van deelname zullen uitgebreid met u worden besproken. Van een dergelijke studie is ook altijd schriftelijk informatiemateriaal aanwezig. U krijgt rustig de tijd om dit eerst door te lezen en uw vragen te laten beantwoorden, voordat u beslist of u aan de studie wilt deelnemen of niet. U bent geheel vrij in uw beslissing over eventuele deelname aan een studie. Als u beslist om wel deel te nemen, wordt u gevraagd een toestemmingsformulier te tekenen. Als u beslist om niet deel te nemen zult u op de beste manier, volgens de huidige standaard worden behandeld. Uw beslissing om niet deel te nemen heeft geen enkele invloed op uw relatie met uw behandelaars.

Leefregels op de afdeling tijdens en na chemotherapie

Inleiding

Cytostatica (chemotherapie) zijn medicijnen die ervoor zorgen dat snelgroeiende kankercellen geremd en gedood worden.

Cytostatica kan worden toegediend via een infuus, een injectie of een tablet. Tot maximaal zeven dagen na toediening scheidt u de afvalproducten van de cytostatica uit via uw urine, ontlasting, speeksel, tranen, braaksel of zweet. De cytostatica zal ook uw gezonde snelgroeiende cellen aantasten. Deze zijn, in tegenstelling tot de kankercellen, wel in staat om te herstellen.

Om het personeel van D1 en E2 tijdens hun werk te beschermen tegen de schadelijke stoffen in de uitscheidingsproducten, gelden voor hen speciale beschermende voorzorgsmaatregelen. Ook voor u en uw omgeving zijn speciale leefregels van toepassing. Deze zijn vooral gericht op toiletgebruik en braken. Uw behandelend arts of verpleegkundige kan u meer informatie geven.

Waarschuwingsbord

Als u op een oncologieafdeling bent opgenomen, treft u aan het begin van de afdeling een gele sticker aan met een zwarte rand. Op de sticker staat een zwart uitroepteken met daaronder de tekst: ‘cytostatica, handel volgens procedure’. Deze sticker is een waarschuwing voor het personeel op D1 en E2 dat zij bepaalde werkwijzen moeten hanteren. Op andere afdelingen wordt een bordje geplaatst bij de kamer waar de cytostatica wordt toegediend gedurende de ‘besmettelijke’ periode.

Omgang met urine en ontlasting

Wat betreft urine en ontlasting zijn de volgende leefregels van belang:

  • Reinig de toiletzitting voor en na gebruik met alcohol. U vindt de alcohol op het plankje in de toiletruimte.
  • Ga bij toiletgebruik altijd zittend uw behoefte doen. Dit is nodig om verspreiding van afvalproducten via de lucht te voorkomen.
  • Deponeer, bij gebruik van babydoekjes, deze in het daarvoor bestemde prullenbakje. Spoel de doekjes niet door het toilet.
  • Babydoekjes liggen in het aanrechtkastje op uw kamer.
  • Spoel de wc twee keer door met het deksel gesloten, gebruik daarbij de spaarknop niet.
  • Als u een postoel of urinaal gebruikt heeft, moet deze altijd afgesloten worden. Waarschuwt u na gebruik de verpleegkundige, zodat deze de po of urinaal direct kan legen.
  • Was uw handen na elke toiletgang met water en zeep.

Omgang met braaksel

Wat betreft braaksel zijn de volgende leefregels van belang:

  • Maak gebruik van een braakemmertje als u moet braken.
  • Spoel de mond na braken.
  • Werp de bij het braken gebruikte tissues in het emmertje/zakje.
  • Sluit het emmertje af met een deksel of sluit het braakzakje.
  • Vraag direct de verpleegkundige het emmertje/zakje weg te werpen.

Persoonlijke hygiëne

Wat betreft persoonlijke hygiëne zijn de volgende leefregels van belang:

  • Douche of was u elke dag.
  • Pas goede huidverzorging toe. Houd de huid vettig met ongeparfumeerde zalf.
  • Waarschuw bij wondjes of andere huidbeschadiging de verpleegkundige. Door een wondje kan een levensbedreigende infectie ontstaan, doordat uw afweer sterk verminderd is.
  • Trek elke dag schone kleding aan, eventueel om de dag.
  • Geef wasgoed in een gesloten zak mee aan uw familie.
  • De verpleegkundige geeft uw familie nadere instructie over het wassen van de kleding.
  • Was uw handen na iedere toiletgang.
  • Pas goede mondhygiëne toe (poetsen met een zachte borstel en spoelen met zout water).

Bovenstaande persoonlijke hygiëneregels zijn belangrijk, omdat er ook afvalproducten van de cytostatica via het zweet worden uitgescheiden. Als er een reden is waarom u (nog) niet kunt of mag douchen, kunt u zich wassen bij de wastafel of met waskommen bij uw bed. Als het nodig is, kan de verpleegkundige u helpen. De verpleegkundige kan u ook helpen aan voorverpakte vochtige wasdoekjes, die u naar wens kunt verwarmen. Op deze manier voorkomt u verspreiding van afbraakproducten van cytostatica via (het spatten van) waswater.

Om uw huid te beschermen en uitdroging te voorkomen moet u uw huid vettig houden. Als dat nodig is geeft de verpleegkundige u hiervoor badolie en een huidverzorgingsproduct met instructies voor gebruik.

Mobiliteit op de afdeling

Voor toediening van de meeste soorten cytostatica is een infuus noodzakelijk. Afhankelijk van de plaats van het infuus, kan het infuus uw mobiliteit beperken.

  • Infusen die in de arm zijn ingebracht zijn kwetsbaarder, waardoor ze gemakkelijk kunnen gaan lekken. Om die reden is het raadzaam om tijdens de toediening van cytostatica via de arm voorzichtig te zijn met mobiliseren. Voor elke nieuwe chemo-infuuszak wordt het infuus in uw arm gecontroleerd, om te zien of het infuus goed in een bloedvat ligt. Als het infuus lekt en uw infuusarm pijnlijk is/wordt, waarschuw dan direct een verpleegkundige en blijf waar u bent! De verpleegkundige weet hoe de cytostatica moet worden opgeruimd en hoe om te gaan met een niet goed lopend infuus.
  • Als bij u een infuus onder het sleutelbeen of in de hals is ingebracht, mag u wel normaal mobiliseren.

Lekkage van cytostatica via het infuus

Als er lekkage optreedt bij het infuus, is het belangrijk dat u het volgende doet:

  • Blijf staan of zitten op de plaats waar u ontdekt heeft dat het infuus lekt, dit om verspreiding van de cytostatica te voorkomen.
  • Waarschuw direct een verpleegkundige. Deze zorgt ervoor dat het lekken van het infuus stopt en het gelekte cytostaticum wordt opgeruimd.

Als u nog vragen heeft over bovenstaande leefregels, kunt u deze altijd stellen aan de verpleegkundigen van de verpleegafdeling.

Aanvullende adviezen voor uw persoonlijke verzorging

Mondverzorging

Voorafgaand aan uw behandeling met chemotherapie bent u bij de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie geweest om te beoordelen of er eventuele bronnen voor infectie aanwezig zijn. Meer informatie over mondverzorging kunt u lezen in de brochure ‘Mondverzorging bij intensieve chemotherapie’. U krijgt deze brochure op de verpleegafdeling.

Toilethygiëne

Uiteraard is goede toilethygiëne belangrijk. Als u chemotherapie krijgt, kunt u het best uw billen afvegen met babydoekjes. De babydoekjes bevatten een beschermende olie. Gewoon toiletpapier kan de huid, die gevoelig is geworden door de behandeling, kapotmaken met als gevolg grotere kans op infecties. Werp de doekjes niet in het toilet maar in een verbandzakje en deponeer deze in de afvalbak. Heeft u last van aambeien, een schraal gevoel, bloed bij het afvegen of denkt u een wondje te hebben bij de anus, waarschuw dan de verpleegkundige. Deze kan u helpen bij de verzorging, passende zalf aanbieden of adviezen geven.

Voedingsadviezen

Kort na de intensieve chemotherapie en/of stamceltransplantatie, als het aantal witte bloedcellen nog niet hersteld is (de aplastische fase), bestaat er een verhoogd risico op infecties met bacteriën en/ of schimmels. Meestal wordt u tijdens de aplastische fase behandeld met medicijnen om een infectie vanuit het maag- darmkanaal te voorkomen. Daarnaast moet uw voeding ook aan bepaalde eisen voldoen om de kans op infecties vanuit het maag- darmkanaal zo klein mogelijk te maken. Tijdens deze fase krijgt u daarom voedingsmiddelen waarin zo weinig mogelijk schadelijke schimmels en bacteriën voorkomen. Dit wordt bacteriearme voeding genoemd.
In of op voedingsmiddelen kunnen mogelijk schadelijke bacteriën en schimmels aanwezig zijn als deze:

  • onvoldoende zijn gewassen;
  • onvoldoende zijn verhit;
  • niet goed zijn bewaard;
  • niet hygiënisch zijn bereid;
  • niet op de juiste manier zijn vervoerd;
  • niet hygiënisch zijn verstrekt.

Als gevolg van de behandeling kan uw mondslijmvlies en het slijmvlies van het maag-darmkanaal tijdelijk zeer kwetsbaar zijn. Bovendien is er tijdens en enige tijd na de behandeling vaak een verhoogde kans op bloedingen. Het is daarom belangrijk tijdens het eten zeer goed te kauwen en bepaalde harde en/of scherpe voedingsmiddelen te vermijden.

Meer informatie over voedingsadviezen voor hematologische patiënten met een verminderde weerstand kunt u lezen in de brochure ‘Richtlijn hygiënische voeding’. U krijgt deze brochure op de verpleegafdeling.

Energierijke voeding

Als u ziek bent, heeft uw lichaam extra voedingsstoffen nodig. Tegelijkertijd kan het moeilijk zijn om voldoende te eten en te drinken, omdat u door uw ziekte en behandeling bijvoorbeeld last heeft van misselijkheid, smaakverlies, spanningen, vermoeidheid of pijn. Het is belangrijk om op gewicht te blijven, maar de ervaring leert dat het niet altijd eenvoudig is om op gewicht te blijven. Het probleem van afvallen is dat behalve vetweefsel ook spierweefsel verdwijnt. Hierdoor neemt uw lichamelijke conditie af, waardoor uw herstel dan langer kan duren. Hieronder leest u hoe u voldoende eiwitrijke en energieverrijkte kunt eten en wat u kunt doen bij verminderde eetlust.

Adviezen om uw voeding energierijker te maken

  • Eet vaker kleine porties per dag. Op deze manier krijgt u meer energie (calorieën) en voedingsstoffen binnen. U kunt dit doen door naast de hoofdmaaltijden (kleine) tussenmaaltijden te gebruiken. Voorbeelden van tussenmaaltijden zijn: een cracker met beleg, plakje koek met boter of dieetmargarine, krentenbrood met boter of dieetmargarine, een kant- en klaar toetje, een blokje kaas of een plakje worst.
  • Kies voor producten die veel calorieën bevatten, zoals:
    • volle melk en melkproducten;
    • volvette kaas (bijvoorbeeld 48+ kaas en volvette  meerkaas);
    • limonade, vruchtensappen, drinkyoghurt,  chocolademelk;
    • (dieet)margarine, roomboter, mayonaise, jam of koffieroom.
  • Probeer in uw maaltijden zoveel mogelijk energie te verwerken door:
    • uw brood ruim te besmeren met boter of  dieetmargarine en dubbel beleg te gebruiken.
    • extra suiker in thee, koffie, yoghurt, pap of vla te gebruiken.Als u suiker te zoet vindt, kunt u dit vervangen door een voedingssuiker, zoals druivensuiker of voedingssuiker (bijvoorbeeld Fantomalt). Deze producten leveren wel energie maar smaken minder zoet dan suiker. Fantomalt is ook verkrijgbaar bij de apotheek en de drogist.
    • een scheut koffieroom, plantaardige room, ongeklopte slagroom of crème fraiche toe te voegen aan melk, chocolademelk, yoghurt, pap, vla, soep, vruchtenmoes, sauzen of koffie, een klontje boter, (scheutje vloeibare) margarine of een scheutje room toe te voegen aan pap, groenten, soep of aardappelpuree.
    • aardappelpuree in plaats van gekookte aardappelen te gebruiken.
  • Gebruik zo weinig mogelijk energiearme producten of producten die wel een vol gevoel veroorzaken, maar weinig calorieën leveren. Voorbeelden hiervan zijn: bouillon, koffie en thee zonder suiker, water, rauwkost, light frisdrank, kunstmatige zoetstoffen en producten waar zoetstoffen in verwerkt zijn.

Als u (tijdelijk) minder zin in eten heeft, kunt u het volgende proberen:

  • Algemeen geldt dat een kleurige en gevarieerde maaltijd uitnodigt tot eten. Neem ook bewust de tijd om te eten en goed te kauwen.
  • Beperk u niet tot de vaste etenstijden zoals ontbijt, lunch en warme maaltijd. Als u niet veel trek heeft, is het beter om het eten over de dag te spreiden door tussendoor iets te eten. U kunt de eetmomenten ook aanpassen aan de momenten waarop u wel (wat meer) trek heeft, bijvoorbeeld ’s avonds of ’s nachts. Door veel te variëren maakt u uw eten aantrekkelijker. Kies bij de broodmaaltijden bijvoorbeeld voor verschillende broodsoorten en varieer in beleg. Wissel warme en koude dranken en gerechten met elkaar af.
  • Probeer gerechten of maaltijden die u tegenstaan te vervangen door iets anders. Brood kunt u vervangen door bijvoorbeeld pap, vla of yoghurt. Vloeibare voedingsmiddelen gaan soms beter dan vaste voedingsmiddelen.

Een diëtiste kan met u doornemen wat u aan voedingsmiddelen binnenkrijgt en berekenen of en op welke wijze aanvulling noodzakelijk is. Er bestaan diverse dranken en shakes die een aanvulling kunnen zijn op uw eetmogelijkheden. Soms is voeding via een neussonde of via een infuus noodzakelijk.

Wegen

Tijdens uw opname wordt u dagelijks gewogen. Enerzijds om te zien of u in een goede voedingstoestand verkeert en anderzijds om te kijken of u vocht vast houdt.

Voor volwassenen geldt dat een gewichtsverlies van meer dan 3 kg in een maand of meer dan 6 kg in 6 maanden ongewenst is. Algemeen geldt dat u door het gebruik van energierijke en eiwitrijke voeding uw gewichtsverlies kunt verminderen of uw gewicht weer kunt laten toenemen.

In onderstaande tabel kunt u aflezen wanneer u met uw internist- hematoloog of verpleegkundig specialist contact moet opnemen. Als u bijvoorbeeld nu 65 kg weegt en een maand geleden nog 68 kg woog, dan bent u in één maand 3 kg afgevallen. De tabel geeft in deze situatie aan dat het verstandig is om bij 2 kg gewichtsverlies of meer in één maand overleg te hebben, zodat nog meer ongewenst gewichtsverlies tegen gegaan kan worden.

Gewicht op dit moment In een maand afgevallen In 6 maanden afgevallen
40 tot 65 kg 2 kg 5 kg
65 tot 75 kg 3 kg 7 kg
75 tot 100 kg 5 kg 10 kg
Meer dan 100 kg 6 kg 12 kg

Meer informatie is verkrijgbaar bij de diëtisten van de sector Oncologie. Deze zijn op werkdagen tijdens kantooruren te bereiken via telefoonnummer (050) 361 46 03.

Centraal Veneuze Katheter (CVK)

Soms is het voor uw behandeling nodig dat u medicijnen krijgt toegediend via de bloedbaan. Door bij u onder het sleutelbeen of in de hals een Centraal Veneuze Katheter (CVK) in te brengen, is het mogelijk u vloeistoffen en medicijnen via de bloedbaan toe te dienen. De katheter blijft zitten zolang de behandeling duurt. Als de katheter geïnfecteerd is geraakt, wordt de katheter eerder verwijderd. De CVK wordt altijd ingebracht onder plaatselijke verdoving door een van de internisthematologen, meestal op het Dagcentrum. Als het voor uw behandeling nodig is om een CVK te krijgen, bespreekt de zaalarts of internist-hematoloog dit met u. Als u met ontslag gaat, wordt de katheter weer verwijderd.

Meer informatie vindt u in de brochure ‘Centraal Veneuze Katheter’. Als u een CVK krijgt toegediend, ontvangt u de brochure van de verpleegkundige.

Wat wij met al onze patiënten bespreken

Risico’s van de behandeling

U krijgt een behandeling waar aan risico’s verbonden zijn. Dit betekent, dat er ernstige, soms levensbedreigende, complicaties kunnen ontstaan. Op een van de eerste dagen van uw opname bespreekt uw internist-hematoloog met u wat de beste behandeling voor u is en wat de mogelijke complicaties zijn. De mogelijkheden van behandelen van complicaties worden besproken. U kunt hierbij zelf aangeven wat uw wensen en grenzen zijn. In alle gevallen wordt er een behandelcode afgesproken. Soms kunnen er behandelbeperkingen zijn. Ook dat wordt met u en uw naasten besproken en vastgelegd in de behandelcode.

Tijdens de behandeling zullen onderzoeken nodig zijn om te zien of de behandeling effect heeft op uw ziekte. Dit zal meestal gaan om een beenmergonderzoek eventueel aangevuld met bloedonderzoek. Afhankelijk van de uitslagen zal er een verder behandeltraject worden bepaald. Wanneer de behandeling klaar is, zult u regelmatig op de polikliniek gecontroleerd worden.

Klachten en opmerkingen

De afdeling Hematologie wil leren van verbetervoorstellen of suggesties, van fouten die zij heeft gemaakt en van klachten die zij over haar functioneren ontvangt. Wij hopen mede op deze manier van onze afdeling een patiëntvriendelijker omgeving te maken, waarbij een hoog niveau van medisch en verpleegkundig handelen van het grootste belang is.

Opmerkingen, klachten en suggesties kunt u melden bij de hoofdverpleegkundige van de verpleegafdeling, via telefoonnummer  (050) 361 61 61. Vraagt u hierbij om doorverbonden te worden met de hoofdverpleegkundige van E2VA/D1VA. U kunt ook contact opnemen met de medewerkers van het team Patiënteninformatie. Zij verzorgen de Klachtopvang en zijn bereikbaar via telefoonnummer (050) 361 33 00.

Meer informatie over de klachtenprocedure van het UMCG vindt u de brochure ‘Bent u niet tevreden, vertel het ons!’ en op umcg.nl

Op deze website kunt u de brochure ‘Bent u niet tevreden, vertel het ons!’ ook downloaden.

Ontslag uit het ziekenhuis

Voordat u naar huis gaat, heeft de verpleegkundige een gesprek met u over het ziekenhuisverblijf. Als dat nodig is, krijgt u advies mee voor de komende periode thuis. Als u behoefte heeft aan thuiszorg, hulp bij het huishouden, hulpmiddelen of zorg in een verpleeg- of verzorgingshuis, schakelt de afdeling de transferverpleegkundige in om ervoor te zorgen dat u de juiste hulp krijgt.

In de brochure ‘De zorg na uw ziekenhuisopname’ staat beschreven wat de transferverpleegkundige voor u kan betekenen. U ontvangt de brochure van de verpleegkundige.

Op de dag van ontslag krijgt u een enquête formulier met een aantal korte vragen over uw ervaringen tijdens uw opname. Met uw feedback willen wij de kwaliteit van zorg op de afdeling verbeteren. Als u behoefte heeft aan een (telefonisch) gesprek met de hoofdverpleegkundige kunt u dat op het formulier aangeven. Zij belt u dan zo spoedig mogelijk.

Als u naar huis gaat, krijgt u een voorlopige ontslagbrief mee voor de huisarts en eventueel recepten. Daarnaast krijgt u een medicijnkaart mee, zodat duidelijk is wanneer u welke medicijnen moet gebruiken. Het is wenselijk dat u deze medicijnkaart bij elk polikliniekbezoek meeneemt. Verder wordt met u een afspraak gemaakt voor op de polikliniek.

Bij overlijden

Bij overlijden van een patiënt kan de arts aan de nabestaanden toestemming vragen voor een onderzoek van het lichaam (dit heet ook wel obductie of sectie). Een obductie kan om verschillende redenen worden verricht. Nabestaanden en artsen willen vaak weten hoe het ziekteproces en het daaropvolgende overlijden verlopen zijn. Obductie is van belang om het medisch handelen achteraf te beoordelen. Obductie is soms van belang om de directe doodsoorzaak vast te stellen. Tenslotte zijn obducties van belang voor onderwijs en wetenschap. Van veel ziekten is een groot deel van de kennis ontleend aan studies van obductiemateriaal.

Vragen na ontslag

Kort na ontslag kunnen er thuis dringende vragen opkomen. U kunt dan telefonisch contact opnemen met de zaalsupervisor of de dienstdoende internist-hematoloog. Deze zijn te bereiken via het secretariaat van D1 of E2, tenzij er met u andere afspraken zijn gemaakt. Het nummer vindt u voorin deze brochure.

Als er problemen met uw gezondheid ontstaan, kunt u het beste eerst contact opnemen met de dienstdoende internist-hematoloog of de coördinerend transplantatieverpleegkundige van de afdeling Hematologie.

U kunt hen bereiken via de telefooncentrale van UMCG, telefoonnummer (050) 361 61 61.

 

Patiënteninformatie VLC385, januari 2021

Hematologie