Home > Patiënteninformatie > Algemeen > De afdeling > Diëtist

Diëtist

Voedingsadviezen

Kort na de intensieve chemotherapie en/of stamceltransplantatie, als het aantal witte bloedcellen nog niet hersteld is (de aplastische fase), bestaat er een verhoogd risico op infecties met bacteriën en/ of schimmels. Meestal wordt u tijdens de aplastische fase behandeld met medicijnen om een infectie vanuit het maag- darmkanaal te voorkomen. Daarnaast moet uw voeding ook aan bepaalde eisen voldoen om de kans op infecties vanuit het maag- darmkanaal zo klein mogelijk te maken. Tijdens deze fase krijgt u daarom voedingsmiddelen waarin zo weinig mogelijk schadelijke schimmels en bacteriën voorkomen. Dit wordt bacteriearme voeding genoemd.
In of op voedingsmiddelen kunnen mogelijk schadelijke bacteriën en schimmels aanwezig zijn als deze:

  • onvoldoende zijn gewassen;
  • onvoldoende zijn verhit;
  • niet goed zijn bewaard;
  • niet hygiënisch zijn bereid;
  • niet op de juiste manier zijn vervoerd;
  • niet hygiënisch zijn verstrekt.

Als gevolg van de behandeling kan uw mondslijmvlies en het slijmvlies van het maag-darmkanaal tijdelijk zeer kwetsbaar zijn. Bovendien is er tijdens en enige tijd na de behandeling vaak een verhoogde kans op bloedingen. Het is daarom belangrijk tijdens het eten zeer goed te kauwen en bepaalde harde en/of scherpe voedingsmiddelen te vermijden.

Meer informatie over voedingsadviezen voor hematologische patiënten met een verminderde weerstand kunt u lezen in de brochure ‘Richtlijn hygiënische voeding’. U krijgt deze brochure op de verpleegafdeling.

Energierijke voeding

Als u ziek bent, heeft uw lichaam extra voedingsstoffen nodig. Tegelijkertijd kan het moeilijk zijn om voldoende te eten en te drinken, omdat u door uw ziekte en behandeling bijvoorbeeld last heeft van misselijkheid, smaakverlies, spanningen, vermoeidheid of pijn. Het is belangrijk om op gewicht te blijven, maar de ervaring leert dat het niet altijd eenvoudig is om op gewicht te blijven. Het probleem van afvallen is dat behalve vetweefsel ook spierweefsel verdwijnt. Hierdoor neemt uw lichamelijke conditie af, waardoor uw herstel dan langer kan duren. Hieronder leest u hoe u voldoende eiwitrijke en energieverrijkte kunt eten en wat u kunt doen bij verminderde eetlust.

Adviezen om uw voeding energierijker te maken

  • Eet vaker kleine porties per dag. Op deze manier krijgt u meer energie (calorieën) en voedingsstoffen binnen. U kunt dit doen door naast de hoofdmaaltijden (kleine) tussenmaaltijden te gebruiken. Voorbeelden van tussenmaaltijden zijn: een cracker met beleg, plakje koek met boter of dieetmargarine, krentenbrood met boter of dieetmargarine, een kant- en klaar toetje, een blokje kaas of een plakje worst.
  • Kies voor producten die veel calorieën bevatten, zoals:
    • volle melk en melkproducten;
    • volvette kaas (bijvoorbeeld 48+ kaas en volvette  meerkaas);
    • limonade, vruchtensappen, drinkyoghurt,  chocolademelk;
    • (dieet)margarine, roomboter, mayonaise, jam of koffieroom.
  • Probeer in uw maaltijden zoveel mogelijk energie te verwerken door:
    • uw brood ruim te besmeren met boter of  dieetmargarine en dubbel beleg te gebruiken.
    • extra suiker in thee, koffie, yoghurt, pap of vla te gebruiken.Als u suiker te zoet vindt, kunt u dit vervangen door een voedingssuiker, zoals druivensuiker of voedingssuiker (bijvoorbeeld Fantomalt). Deze producten leveren wel energie maar smaken minder zoet dan suiker. Fantomalt is ook verkrijgbaar bij de apotheek en de drogist.
    • een scheut koffieroom, plantaardige room, ongeklopte slagroom of crème fraiche toe te voegen aan melk, chocolademelk, yoghurt, pap, vla, soep, vruchtenmoes, sauzen of koffie, een klontje boter, (scheutje vloeibare) margarine of een scheutje room toe te voegen aan pap, groenten, soep of aardappelpuree.
    • aardappelpuree in plaats van gekookte aardappelen te gebruiken.
  • Gebruik zo weinig mogelijk energiearme producten of producten die wel een vol gevoel veroorzaken, maar weinig calorieën leveren. Voorbeelden hiervan zijn: bouillon, koffie en thee zonder suiker, water, rauwkost, light frisdrank, kunstmatige zoetstoffen en producten waar zoetstoffen in verwerkt zijn.

Als u (tijdelijk) minder zin in eten heeft, kunt u het volgende proberen:

  • Algemeen geldt dat een kleurige en gevarieerde maaltijd uitnodigt tot eten. Neem ook bewust de tijd om te eten en goed te kauwen.
  • Beperk u niet tot de vaste etenstijden zoals ontbijt, lunch en warme maaltijd. Als u niet veel trek heeft, is het beter om het eten over de dag te spreiden door tussendoor iets te eten. U kunt de eetmomenten ook aanpassen aan de momenten waarop u wel (wat meer) trek heeft, bijvoorbeeld ’s avonds of ’s nachts. Door veel te variëren maakt u uw eten aantrekkelijker. Kies bij de broodmaaltijden bijvoorbeeld voor verschillende broodsoorten en varieer in beleg. Wissel warme en koude dranken en gerechten met elkaar af.
  • Probeer gerechten of maaltijden die u tegenstaan te vervangen door iets anders. Brood kunt u vervangen door bijvoorbeeld pap, vla of yoghurt. Vloeibare voedingsmiddelen gaan soms beter dan vaste voedingsmiddelen.

Als het niet lukt om met behulp van de gewone voeding voldoende energie en eiwit binnen te krijgen, kunt u dieetvoeding te gebruiken. Dieetvoeding bevat een hoge concentratie aan energie en eiwit en bevat ook vitaminen en mineralen. De diëtist kan met u doornemen wat u aan voedingsmiddelen binnenkrijgt en berekenen of en op welke wijze aanvulling noodzakelijk is. Drinkvoeding, dieetpoeder en sondevoeding zijn voorbeelden van dieetvoeding. Soms is voeding via een neussonde of via een infuus noodzakelijk. Overleg met uw diëtist welke soort dieetvoeding voor u geschikt is.
Uw diëtist of (huis)arts kan een machtiging voor de bijvoeding uitgeven, zodat de zorgverzekering de kosten dekt. De kosten van bijvoeding worden in de meeste gevallen vergoed, maar gaan wel ten koste van het eigen risico.

Voor een eerste contact met een diëtist heeft u een verwijzing nodig van uw behandelend arts.

De contactgegeven zijn.
050-3614603
Mail: dietistoncologie@umcg.nl