Home > Maligne hematologie > Myeloïde ziekten > Myeloproliferatieve aandoeningen > Primaire myelofibrose > Myelofibrose

Myelofibrose

Definitie en symptomen

Myelofibrose is onderdeel van een groep ziekten die myeloproliferatieve aandoeningen worden genoemd. Hieronder vallen de volgende ziektebeelden: polycytemia vera, essentiële trombocytemie en myelofibrose. Bij de meeste patiënten is er duidelijk sprake van een van deze drie beelden, maar er zijn ook patiënten bij wie het van meet af aan moeilijk is de aandoening in te delen. Bij hen worden zogenaamde ‘mengbeelden’ gezien met kenmerken van twee (of meer) verschillende groepen. Ook kan het voorkomen dat het ene ziektebeeld overgaat in het andere ziektebeeld. We gaan hier nu alleen in op het ziektebeeld myelofibrose.

Myelofibrose is een aandoening waarbij in het beenmerg sprake is van een ongecontroleerde aanmaak van bindweefsel. Deze bindweefselvorming wordt gestimuleerd door factoren die worden uitgescheiden door een bepaald type ontspoorde beenmergcellen (de megakaryocyten), die op hun beurt andere cellen (fibroblasten) aanzetten tot bindweefselvorming (zie dia 2, 3, 4, 5 en 6). Vandaar dat er in de beginfase van dit ziektebeeld in het beenmerg vaak een sterke toename is van sterk afwijkende megakaryocyten (dia 6). Megakaryocyten zijn de voorlopercellen verantwoordelijk voor de aanmaak van bloedplaatjes (trombocyten) (dia 4 en 5). Patiënten hebben in het begin van hun ziekte dan ook vaak een toename van bloedplaatjes (trombocytose).

Dia 1

Dia 2

Dia 3

Dia 4

Dia 5

Dia 6

Naarmate de bindweefselvorming toeneemt ontstaan er meerdere problemen:

  • De normale aanmaak van bloedcellen in het beenmerg komt in het gedrang en er kan bloedarmoede ontstaan met op den duur ook een tekort aan bloedplaatjes.
  • Vervolgens is de zeefvorming tussen bloed en beenmerg verstoord, waardoor er beenmergcellen in het bloed terechtkomen. Bovendien veranderen de rode bloedcellen wat van vorm en een deel neemt de vorm van een traan aan. Deze cellen heten ook wel traandruppelcellen (’tear drop cells’) (dia 7).
  • Ten slotte gaat het lichaam proberen elders bloed aan te maken en kiest daar meestal de milt voor. Deze milt zal dan ook sterk vergroot worden, wat hinder en pijn kan veroorzaken. De milt zit links in de buik en kan bij sterke vergroting de maag en andere organen hinderen (dia 8 en 9). Dit kan gepaard gaan met pijn, een zwaar gevoel in de buik of het gevoel snel verzadigd te zijn met eten.
  • De steeds groter wordende milt zal het verschijnsel van bloedarmoede en tekort aan bloedplaatjes verder versterken, doordat deze cellen in de milt achterblijven in plaats van in het bloed circuleren.
  • In de latere fase van de ziekte kunnen zich algemene symptomen ontwikkelen, zoals moeheid, kortademigheid bij inspanning, gewichtsverlies, ’s nachts heftig transpireren (‘nachtzweten’) en koorts. In dat stadium is het beenmerg inmiddels volledig vervangen door bindweefsel (dia 10).

Myelofibrose is een ziekte van ouderen. De gemiddelde leeftijd is 65 jaar, maar de ziekte komt ook voor bij jongeren; 10% is jonger dan 45 jaar.

Dia 7

Dia 8

Dia 9

Dia 10. In het eindstadium van myelofibrose is het beenmerg volledig vervangen door bindweefsel.

Onderzoek gericht op myelofibrose

Om de diagnose myelofibrose te stellen is het nodig om naast ‘routine’ bloedonderzoek aanvullend onderzoek te doen. Het belangrijkste hierbij zijn specifiek bloed- en beenmergonderzoek.

Bij het bloedonderzoek wordt allereerst het bloedbeeld goed in kaart gebracht, waarbij wordt gekeken naar afwijkingen in de rode bloedcellen (traandruppelcellen) en naar de aanwezigheid van andere beenmergcellen. Omdat myelofibrose in relatie gebracht wordt met afwijkingen in de stamcel, waarbij de JAK2-mutatie is ontstaan, wordt ook onderzocht of deze mutatie aanwezig is. Bij 50 procent van de patiënten is dat het geval. Bij deze mutatie (een fout in de aanmaak van het eiwit) blijven cellen geactiveerd zonder dat ze de juiste signalen daarvoor krijgen (dia 11).

Dia 11

Het beenmergonderzoek moet de uiteindelijke diagnose bevestigen. Daarbij zal het vaak moeilijk blijken om goed beenmerg op te zuigen. Dit fenomeen, veroorzaakt door de bindweefselvorming, wordt ook wel ‘dry tap’ (droge oogst) genoemd. Daarom zal het beenmergonderzoek ook bestaan uit het doen van een beenmergbiopt, omdat dit de enige methode is om goed beenmergweefsel te verkrijgen waarop het bindweefsel aangekleurd kan worden. Als toch nog wat beenmerg opgezogen kan worden, wordt dit ook ingestuurd voor een chromosomenanalyse door middel van cytogenetisch onderzoek (zie chromosomenonderzoek).

Behandeling van myelofibrose

Er is geen eenduidende therapie voor myelofibrose. Of behandeling nodig is en welke dat dan is, hangt erg af van de fase van de ziekte. Tot op heden is er geen therapie die de ziekte kan genezen, tenzij er een stamceltransplantatie met stamcellen van een familiedonor aangeboden kan worden. Vaak kan in de eerste periode dat de diagnose gesteld is gewoon worden afgewacht, omdat er dan nog weinig klachten zijn en het risico op complicaties gering is.

Als er wel therapie nodig is, zijn er verschillende mogelijkheden:

  • In de beginfase, als er nog beenmergcelgroei is en de bloedplaatjes erg hoog zijn, werken celdodende middelen (cytostatica) vaak goed, zoals hydroxyureum (Hydrea®) of melfalan. Daarmee lukt het vaak de milt kleiner te laten worden.
  • Een behandeling met een lage dosis prednison en/of thalidomide helpt soms goed om de symptomen van moeheid, bloedarmoede, gewichtsverlies en transpireren te onderdrukken.
  • Er is recent een blokkerend medicijn ontwikkeld tegen de JAK2 mutatie, Ruxolitinib. Dit middel blijkt bij een aanzienlijk deel van de patiënten de milt te doen verkleinen en ook het welbevinden te vergroten. Helaas is het effect niet blijvend. Na stoppen van ruxolitinib komen de verschijnselen weer snel terug. Gezien het experimentele karakter van dit medicijn en de onbekendheid met late bijwerkingen ervan wordt het bij voorkeur in studieverband toegediend aan geselecteerde patiënten.
  • Als er bloedarmoede ontstaat, zijn bloedtransfusies nuttig, maar het effect kan tegenvallen omdat een deel van het bloed in de milt kan blijven steken. Als alternatief worden soms mannelijke hormonen gegeven (oxymethalon of danazol) die de aanmaak een beetje kunnen stimuleren.
  • Als de milt te groot wordt, is het de moeite waard deze operatief te verwijderen, ook al zal dit een grote operatie zijn.
  • Als het om jonge patiënten gaat met een potentiële beenmergstamceldonor, zoals een broer of zus, moet het traject van stamceltransplantatie serieus overwogen worden. Ook al is dit een zeer zware behandeling, het is de enige optie die de ziekte definitief kan genezen.

Toekomstverwachting

Patiënten met een myelofibrose hebben een sterk gevarieerde levensverwachting van enkele tot vele jaren, afhankelijk van hun leeftijd en het stadium van de ziekte.

Meer weten?

De MPN Stichting is een actieve patiëntenvereniging die brochures uitgeeft voor zowel patiënten als artsen. Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan lotgenotencontact en belangenbehartiging. Het correspondentieadres is:

MPN Stichting
Postbus 10496
6000 GL Weert
Tel: 088-0074300
E-mail: info@mpn-stichting.nl
www.mpn-stichting.nl