Home > Benigne hematologie > Trombose > Veneuze trombo-embolie

Veneuze trombo-embolie

Veneuze trombo-embolie (VTE) is een veelvoorkomende aandoening, met een incidentie van gemiddeld 1/1000 per jaar. Het risico op VTE neemt toe met de leeftijd, van 1/10.000 per jaar voor jongvolwassenen tot 1/100 per jaar voor mensen rond de 80.

Diep veneuze trombose (DVT) van het been en longembolie (PE) zijn de meest voorkomende vormen van VTE. Daarnaast kan VTE optreden in de hersenvenen (sinustrombose) of de buikvenen, in de armen en elders. Deze bijzondere vormen van trombose hebben soms andere uitlokkende factoren: buikvenetrombose is typisch geassocieerd met myeloproliferatieve zieken en leverziekte, sinustrombose typisch met pilgebruik/zwangerschap en lokale infecties, armvenetrombose typisch met centraal-veneuze lijnen.

Ongeveer de helft van de DVT en PE is zonder externe uitlokkende factor, ook wel spontaan of idiopathisch. Idiopathische VTE heeft een hoog recidiefrisico. De andere helft van de VTE heeft een externe uitlokkende factor. Als die uitlokkende factor voorbijgaand is (ziekenhuisopname, bedrust, gipsimmobilisatie, pilgebruik, zwangerschap of kraambed) is het recidiefrisico laag. Bij VTE met een aanhoudende risicofactor, zoals actieve maligniteit of inflammatoire aandoening, is het recidiefrisico ook hoog.

Voor de diagnostiek en behandeling van VTE volgen we in principe de Nederlandse Richtlijn Antitrombotisch beleid (Startpagina – Antitrombotisch beleid – Richtlijn – Richtlijnendatabase), die lokaal is uitgewerkt in het UMCG brede Antistollingsprotocol (interne gebruikers hebben in DocPortal toegang tot een goed doorzoekbare vorm).

Diagnostiek

Kort samengevat wordt DVT van het been vastgesteld middels echografie. Als er op CT een verdenking DVT wordt gezien, moet die middels echo bevestigd worden. Longembolie wordt vastgesteld middels CT-angio. Alleen als er absoluut geen contrast mag worden gebruikt wordt nog een VP-scan gebruikt.

Een lokaal aandachtspunt is het verbeteren van de diagnostiek van recidief DVT. Omdat er na de behandeling van DVT vaak resttrombus blijft, is echografie bij verdenking recidief DVT in hetzelfde been niet altijd conclusief. Om te voorkomen dat deze situatie ontstaat, herhalen we de echografie als de antistolling voor een DVT wordt gestopt. Als er bij verdenking recidief trombose in hetzelfde been geen uitgangsecho beschikbaar is, kan een MRI DTI onderscheid maken tussen oude en nieuwe trombose.

Behandeling

Filter trials en protocollen voor dit ziektebeeld

Zie hiervoor het UMCG brede Antistollingsprotocol.

Een eerste trombose met laag recidiefrisico wordt gedurende 3 maanden behandeld met antistolling. Voor een eerste trombose zonder uitlokkende factor wordt de behandelduur vastgesteld in samenspraak met de patiënt (ondersteund door de consultkaart, FMS_ck_trombose-longembolie_vdef3.pdf (consultkaart.nl); meestal wordt gekozen voor langdurige antistolling. Als behandeld wordt met apixaban of rivaroxaban, dan wordt de dosering in deze situatie na 6 mnd behandeling verlaagd naar 2dd 5 mg resp. 1dd 10 mg.

Recidief trombose wordt langdurig behandeld, tenzij er sprake is van een hoog bloedingsrisico. Wij kiezen dan meestal voor de volledige dosering als apixaban of rivaroxaban wordt gebruikt. Trombose bij maligniteit wordt behandeld tot 6 maanden na laatste ziekteactiviteit/maligniteitsbehandeling. Bij maligniteits-geassocieerde trombose worden geen gereduceerde onderhoudsdoseringen gebruikt.

Bij diagnose van een diep veneuze trombose van het been passen we niet routinematig compressietherapie toe. Bij uitgesproken zwelling van het been kan na diagnose zwachtelen worden opgestart. Anders wordt bij de eerste policontrole een aangemeten klasse II elastische steunkous tot aan de knie voorgeschreven.

De Villalta score wordt gebruikt om posttrombotische afwijkingen van het been vast te leggen.

UMCG brede Antistollingsprotocol

Tromboserisico en anticonceptie

Protocol ACTA antistolling bij tandheelkundige ingrepen

Antithrombotica bij patienten met trombopenie

(her)aanmeldingsformulier Trombosedienst

Cristabiopsie en antistolling/trombopenie

Werkprotocol opstarten warfarine iv

Deze print is 24 uur geldig na het aanmaken. Aangemaakt op: 29-5-2024, 20:51