Home > Cellulaire therapie > Allogene stamceltransplantatie > Problematiek na stamceltransplantatie > Veno-Occlusive Disease / Sinusoidal Obstruction Syndrome (VOD/SOS)

Veno-Occlusive Disease / Sinusoidal Obstruction Syndrome (VOD/SOS)

Definitie

SOS is een syndroom van levertoxiciteit na chemotherapie/radiotherapie. SOS wordt meestal gekenmerkt door hepatomegalie, gewichtstoename en icterus. SOS treedt meestal op in de periode van dag -3 tot dag +20, alhoewel een latere ontwikkeling van dit syndroom ook mogelijk is.

EBMT criteria voor SOS/VOD

In de eerste 21 dagen post allo: Bili > 34 umol/L, en ten minste 2 van de volgende criteria, pijnlijke hepatomegalie, ascites en gewichtstoename > 5%.

Na dag 21 post allo: klassieke criteria zoals boven geschreven, of minimaal 2 van 4 bovengenoemde criteria en een echo die daarbij past. Histologisch bewezen SOS op zich natuurlijk al voldoende.

Risicofactoren zijn o.a.:

Transplantatie gerelateerde factoren: myeloablatieve conditionering, mismatched donoren, tweede HCT

Patiënt gerelateerde factoren: Oudere leeftijd, Karnofsky < 90%, metabool syndroom

Lever gerelateerd: transaminasen > 2.5 ULN, bilirubine > 1.5 ULN, cirrhose, ijzeroverload, voorgaand gebruik van gemtuzumab ozogamicin, inotuzumab ozogamicin

Maak een echo van de lever vooraf aan de Tx indien een sterk verhoogd risico wordt verwacht.

Differentiaal diagnose

  • cholangitis lenta (cholestatische leverziekte in patiënten met sepsis)
  • leverinfiltratie met schimmel of tumor
  • rechter hartfalen, tamponade of constrictieve pericarditis
  • intra-abdominale ziekte (pancreatitis, peritonitis, cholecystitis)
  • cholestatische leverziekte (ciclosporine cholestase, GVHD)

Gradering SOS

New EBMT criteria for severity grading of a suspected SOS/VOD in adults

Milda Moderatea Severe Very severe – MOD/MOFb
Time since first clinical symptoms of SOS/VODc >7 Days 5–7 Days ≤4 Days Any time
Bilirubin (mg/dL) ≥2 and <3 ≥3 and < 5 ≥5 and < 8 ≥8
Bilirubin (μmol/L) ≥34 and <51 ≥51 and < 85 ≥85 and <136 ≥136
Bilirubin kinetics Doubling within 48h
Transaminases ≤2 × normal > 2 and ≤5 × normal >5 and ≤8 × normal >8 × Normal
Weight increase < 5% ≥5% and <10% ≥5% and <10% ≥10%
Renal function <1.2 × baseline at transplant ≥1.2 and < 1.5 × baseline at transplant ≥1.5 and <2 × baseline at transplant ≥2 × baseline at transplant or others signs of MOD/MOF

Abbreviations:
EBMT European Society for Blood and Marrow Transplantation
MOD multi-organ dysfunction
MOF multi-organ failure
SOS sinusoidal obstruction syndrome
VOD veno-occlusive disease
aIn the case of presence of two or more risk factors for SOS/VOD, patients should be in the upper grade
bPatients with multi-organ dysfunction must be classified as very severe
cTime from the date when the first signs/symptoms of SOS/VOD began to appear (retrospectively determined) and the date when the symptoms fulfilled SOS/VOD diagnostic criteria

Management van SOS

  • Ursochol is een effectief middel in preventie van SOS.
  • Overweeg consult hepatologie
  • Doel is om vochtretentie te minimaliseren terwijl de nierperfusie gehandhaafd blijft:
    • diuretica (voorzichtig!)
    • ‘nierdosis’ dopamine is zinloos
    • monitor urine Na-excretie, serum creatinine, bloeddruk (liggend en staand) en gewicht. Vochtbalans.
  • Als diurese van overmatig vocht en zout niet lukt, als de Na-excretie laag blijft en als de patiënt tekenen van volume overmaat toont (gespannen ascites, pleuravocht, hypoxie, tachypneu): dan
    • overweeg paracentese van ascites
    • overweeg monitoring hemodynamiek (ic)
    • overweeg hemodialyse of hemofiltratie
    • overweeg beademing
  • Medicatie-interacties:
    • vermijd nefrotoxische medicatie: amfo B, aminoglycosiden, NSAID’s. Houdt Ciclosporine of Tacrolimus spiegels goed in de gaten
    • vermijd hepatotoxische medicatie
    • wees alert op veranderde farmacokinetiek van medicatie die door de lever worden gemetaboliseerd: bijv. sedativa, opioïden, antibiotica, MTX, Ciclosporine
  • Therapeutische medicatie:
    • Defibrotide, zie hieronder

Defibrotide

Toedieningsprotocol defibrotide:

  • Startdosis 10 mg/kg/dag verdeeld over 4 doses, 2 uur per dosis
  • Dosis na 1 dag ophogen tot 25 mg/kg/dag over 4 doses en deze dosering handhaven de overige behandeldagen.
  • Behandelingsduur: in principe minimaal 21 en max 60 dagen, tenzij bijwerkingen optreden
  • Trombocyten minimaal boven 20 x 109/L houden

Defibrotide is niet geregistreerd voor profylaxe van VOD.

Literatuurlijst

  1. Smith AR, Triplett BM, Kernan NA et al. Results Of The Large Prospective Study On The Use Of Defibrotide (DF) In The Treatment Of Hepatic Veno-Occlusive Disease (VOD) In Hematopoietic Stem Cell Transplant (HSCT). Early Intervention Improves Outcome – Updated Results Of a Treatment IND (T-IND) Expanded Access Protocol. Blood 2013;122:700.
  2. Mohty et al. Revised diagnosis and severity criteria for sinusoidal obstrucion syndrome/veno-occlusive disease in adult patients: a new classification from the EBMT. BMT 2016;51: 906-912
  3. Mahadeo KM et al. Diagnosis, grading and treatment recommendations for children, adolescents, and young adults with sinusoidal obstructive syndrome: an international expert position statement. Lancet Haem 2019;7:e61-72
  4. Richardson et al. Systematic review of defibrotide studies in the treatment of veno-occlusive disease. BMT 2019;54: 1951-1962

Deze print is 24 uur geldig na het aanmaken. Aangemaakt op: 29-5-2024, 1:53