snelmenu
patiŽnteninformatie

MBL (monoklonale B-cellymfocytose)

MBL (monoklonale B-cellymfocytose) is een bevinding (dus geen ziekte) waarbij er sprake is van een geringe toename van ťťn type witte bloedcellen (B-lymfocyten) waarvan de betekenis niet duidelijk is. Het fenomeen is pas in 2008 voor het eerst beschreven.

Om de aandoening MBL te kunnen begrijpen is het nodig iets uit te leggen over B-lymfocyten. B-lymfocyten zijn de witte bloedcellen die verantwoordelijk zijn voor onze afweer en uiteindelijk de aanzet geven tot de productie van antistoffen. B-lymfocyten circuleren in het bloed, maar zitten voornamelijk in de lymfklieren, de milt en in geringe mate in het beenmerg. In de lymfklieren verrichten ze als schildwachten hun werk. Na contact met een indringer (een bacterie of virus) gaan B-lymfocyten in de lymfklier zich delen, zich voorbereiden op de aanmaak van passende antistoffen, om uiteindelijk uit te rijpen tot antistof producerende plasmacellen.

Waarom heet het monoklonale B-cellymfocytose? Monoklonaal wil zeggen: ontstaan uit ťťn voorlopercel, alle cellen hebben dezelfde eigenschap, zoals ook bij lymfatische leukemie het geval is. Lymfocytose is een officiŽle term voor: een teveel aan lymfocyten (een bepaald type witte bloedcellen). Zie voor meer informatie ook Algemeen: bloed, beenmerg en lymfklieren.

MBL is geen ziekte, maar wat is dan de betekenis ervan?

Het komt dus voor dat bij gezonde personen een geringe toename aan B-lymfocyten, ontstaan uit ťťn kloon, wordt aangetroffen. Het is een fenomeen dat vaker bij ouderen wordt gezien, maar ook wel toevalligerwijze bij jongeren kan worden waargenomen. Geschat wordt dat circa 5 procent van de 60-plussers al een toename van dit type B-lymfocyten heeft en al voldoet aan deze definitie van monoklonale B-cellymfocytose. Aangezien MBL een fenomeen is en geen ziekte zullen personen met MBL ook geen – hieraan gerelateerde – klachten hebben. Het kan zijn dat ze voor een andere aandoening specifiek bloedonderzoek moesten ondergaan, waarna MBL aan het licht kwam.

Het belang van MBL is dat het onderscheiden moet worden van een aandoening waar wťl sprake is van een ziekte, namelijk chronisch lymfatische leukemie (CLL). Bij CLL is ook sprake van een toename van monoklonale B-lymfocyten, maar in het geval van CLL zijn het er veel meer dan bij MBL. Het onderscheid tussen beide aandoeningen wordt daarom gesteld op het aantal: meer of minder dan 5 miljoen B-cellen per milliliter bloed.

Hoe wordt de diagnose MBL gesteld?

Hiervoor is zeer gespecialiseerd bloedonderzoek nodig waarbij de bloedcellen op een specifieke manier geteld, gekleurd en verder getypeerd worden. Deze kleuringstechniek heet flowcytometrie. Het voornaamste is vervolgens om uit te sluiten dat er sprake is van ziektes die op MBL kunnen lijken, waarvan chronisch lymfatische leukemie de belangrijkste is. Bij een persoon met de verdenking MBL is een algeheel lichamelijk onderzoek nodig door een internist (of hematoloog). Wanneer een patiŽnt klachten of afwijkingen heeft die wijzen op opgezette lymfklieren of miltvergroting, zal aanvullend onderzoek verricht worden. Dit zal over het algemeen een beenmergonderzoek zijn en/of een CT-scan van de borst- en buikholte. Wanneer er echter geen enkele verdenking is van een onderliggende ziekte, is verder onderzoek niet nodig, maar de patiŽnt zal wel onder controle blijven.

Vervolgonderzoek

Bij patiŽnten (eigenlijk zijn het dus geen patiŽnten!) met MBL is het gebruikelijk om vervolgcontroles af te spreken waarbij het bloed gecontroleerd wordt om te zien of het aantal witte bloedcellen stabiel blijft. Deze controles zullen aanvankelijk eenmaal per jaar plaatsvinden, maar kunnen – bij een stabiel beeld – teruggebracht worden naar eenmaal per twee jaar of nog minder frequent. De frequentie hangt af van het aantal B-lymfocyten, de leeftijd van de patiŽnt en eventuele andere bijkomende factoren, waarbij de behandelend arts probeert in te schatten hoe groot of hoe klein de kans is dat zich ooit chronisch lymfatische leukemie zou kunnen ontwikkelen. De kans op ontwikkeling richting chronisch lymfatische leukemie is erg klein, hooguit 1†procent per jaar.

Conclusie

MBL heeft meestal geen betekenis. De belangrijkste boodschap voor een patiŽnt is dat het gaat om een geringe toename van B-lymfocyten, zonder dat er sprake is van een kwaadaardige aandoening. Omdat er een kleine kans is dat zich in de loop der jaren toch een vorm van chronisch lymfatische leukemie ontwikkelt, is het gebruikelijk patiŽnten met MBL bij de eerste diagnose goed na te kijken, incidenteel beenmergonderzoek te doen en een CT-scan van borst en buik te maken, en hen vervolgens met een lage frequentie onder controle te houden.