Multipel myeloom: diagnostische criteria, stadiŰring, risico-stratificatie, responsevaluatie

Datum laatste herziening: 21-01-19

Diagnostische work up Multipel Myeloom (MM)

Criteria

StadiŰring

Risico stratificatie o.b.v. cytogenetische markers

Respons

Referenties

Verwante pagina's

Links in deze pagina

Trial-info

Diagnostische work up Multipel Myeloom (MM) 1,2

* bij diagnose altijd. Bij recidief op indicatie/indien therapeutische consequenties 
# bij diagnose. Bij vaststellen diepte respons: sCR. Bij recidief.
$ 18F-FD PET/CT: De IMWG heeft in 2017 aanbevelingen gedaan over de inzet van PET-CT bij de work up en de respons monitoring van SMM, MM en solitair plasmocytoom. Deze aanbevelingen worden wellicht overgenomen in de (te reviseren) Nederlandse diagnostische richtlijn.
Samengevat: bij actief MM; vaststellen ziekte load, mn bij patienten met extramedullaire ziekte. Ook de (metabole) respons laat zich met PET adequater beoordelen dan met MRI. Bij patiŰnten met SMM: >1 actieve lytische botlaesie is high risk met behandelindicatie. Tevens onderscheid SMM van MM indien MRI axiale skelet niet mogelijk is. Bij patienten met solitair plasmocytoom (extramedullair of ossaal), zonder tekenen compressie ruggemerg waarbij MRI niet beschikbaar is moet eveneens PET/CT worden verricht3.

Criteria

De IMWG heeft diagnostische criteria voor MM en aanverwante plasmaceldyscrasieŰn opgesteld. (zie ook Tabel 2 hoofdstuk monoklonale gammopathie)3. Deze criteria zijn als volgt gedefinieerd:

MGUS

Smoldering Multipel Myeloom (SMM)

Multipel Myeloom (MM)

Solitair plasmacytoom van het beenmerg

Extramedullaire laesie met klonaal extramedullair plasmacytoom

Multipel solitair plasmacytoom

Non-secretoir multipel myeloom

Myeloom definiŰrende gebeurtenis: CRAB criteria + Biomarkers:

StadiŰring

De stadiŰring wordt vastgesteld volgens de 'International staging system for MM5.

Stadiumβ2-M (mg/l)Albumine (g/l)LDH (U/l)Hoog risico cytogenetische afwijkingen: del(17p), t(4;14) en/of t(14;16)5-jaars OS
I< 3.5> 35< bovengrens van normaalwaardengeen82%
IIgeen stadium I of III      62%
III≥ 5.5  > bovengrens van normaalwaarden aanwezig 40%

Risico stratificatie o.b.v. cytogenetische markers6

Risico stratificatieCytogenetische afwijking
standaardAlle niet-hoog risico afwijkingen, incl.
Hyperdiploidie
t(11;14)
t(6;14)
hoogdel(17/17p)
gain(1q)
t(4;14)
t(14;16)
t(14;20)
del(13/13q)
hoog risico gene expression profile (GEP)

Respons

Er zijn criteria vastgelegd om de respons van de ziekte op de ingestelde behandeling vast te leggen7. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen stringente complete remissie (sCR), complete remissie (CR), very good partial response (VGPR), partiŰle remissie (PR), minimale respons (MR) en stabiele ziekte (SD). Inmiddels zijn door de IMWG ook MRD criteria opgesteld waarbij middels Flow, NGS en imaging (FDG PET) een sensitiviteit van tenminste 1 op 105 kern houdende cellen wordt bereikt8. Deze MRD bepaling wordt nog niet buiten studie verband gebruikt. Voor aanvullende informatie zie referentie 7.

SubcategorieDefinitie responscriteria
sCRCR zoals onderstaand gedefinieerd plus normale VLK ratio en afwezigheid van klonale plasmacellen in het beenmerg vastgesteld door middel van immunochemie of immunofluoresentie
CRNegatieve immunofixatie in serum en urine en verdwijning van weke delen plasmacytomen en ≤ 5% plasmacellen in het beenmerg aspiraat
VGPRSerum en urine M-prote´ne aantoonbaar middels immunofixatie maar niet in elektroforese, of 90% of meer reductie in serum M-prote´ne plus urine M-prote´ne waarden <100 mg per 24 uur
PR≥ 50% reductie van serum M-prote´ne en reductie in 24-uurs urine M-prote´ne met ≥ 90% of tot <200 mg per 24 uur.
Indien serum en urine M-prote´ne niet meetbaar, dan ≥ 50% reductie in verschil betrokken/niet betrokken VLK is vereiste.
MR≥25% reductie maar ≤49% reductie van serum M-proteine en reductie in 24-uurs urine M-proteine met 50-89%.
Indien aanwezig bij baseline: ≥50% reductie in omvang plasmocytomen.
SD Voldoet niet aan de criteria voor CR, VGPR, PR of progressieve ziekte (zie hieronder)

Bepaling van respons

Recidief/progressie

SubcategorieDefinitie responscriteria
Progressieve ziekteEen of meer van de volgende zaken:
Stijging 25% vanaf laagst bevestigde waarde van 1 of meer van onderstaande criteria:
  • Serum M-prote´ne (absoluut ≥ 5 g/L).
  • Serum M-prote´ne ≥10 g/L indien laagste M component was ≥50 g/L
  • Urine M-proteine (absoluut ≥200 mg/24u.)
  • In patiŰnten zonder meetbaar serum en urine M-prote´ne,  ∆ i/u VLK (absoluut >10 mg/dL)
  • In patiŰnten zonder meetbaar serum en urine M-prote´ne en zonder meetbare iVLK, percentage plasmacellen beenmerg (absoluut≥10%)
  • Nieuwe laesies, ≥50% toename nadir in SPD van >1 laesie, of ≥50% toename langste diameter bekende laesie waarvan korte as >1cm was, ≥50% toename in circulerende plasmacellen (minimum 200 cellen per μL) indien de enige meetbare afwijking betreft.
Klinische relapseVereist een van de volgende criteria:
  • Directe indicatie toename ziekte en/of eind orgaan schade (CRAB) gerelateerd aan onderliggende plasmacel proliferatie:
  • Toename plasmacytomen/botlaesies; 50% (en ≥1cm) toename, serieel gemeten middels SPD.
  • ontstaan hypercalciŰmie of transfusiebehoefte of nierinsufficiŰntie;
  • hyperviscositeit
Relaps na CREen of meer van de onderstaande criteria:
  • opnieuw verschijnen serum/urine M-prote´nen middels immunofixatie of elektroforese
  • Ontwikkeling van ≥5% plasmacellen in het BM
  • Verschijnen van elk ander teken van progressie (zoals plasmacytoom, lytische botlaesie of hypercalciemie (zie boven).
Relaps na MRD negatiefEen of meer van de onderstaande criteria:
  • Verlies MRD negatieve status (clonale plasmacellen middels NGF of NGS, positieve imaging studie)
  • opnieuw verschijnen serum/urine M-prote´ne middels immunofixatie of elektroforese
  • Ontwikkeling van ≥5% plasmacellen in het BM
  • Verschijnen van elk ander teken van progressie (zoals plasmacytoom, lytische botlaesie of hypercalciemie).

Referenties

  1. Dimopoulos M, et al. Consensus recommendations for standard investigative workup: report of the IMWG panel 3. Blood 2011;117:4701-5. [link]
  2. De Waal EG, et al. 18F-FDG PET increases visibility of bone lesions in relapsed multiple myeloma: is this hypoxia-driven? Clin Nucl Med 2015;40:291-6. [Pubmed link]
  3. Cavo M, et al. Role of 18F-FDG PET/CT in the diagnosis and management of multiple myeloma and other plasma cell disorders: a consensus statement by the International Myeloma Working Group. Lancet Oncol. 2017 Apr;18(4):e206-e217
  4. Rajkumar SV, et al. IMWG updated criteria for the diagnosis of multiple myeloma. Lancet Oncol 2014;15:e538-48. [link]
  5. Palumbo A. Revised ISS for multiple myeloma: a report from international myeloma working group. J Clin Oncol 2015;33:2863-9. [Pubmed link]
  6. Sonneveld P, et al. Treatment of multiple myeloma with high-risk cytogenetics: a consensus of the IMWG. Blood 2016;127:2955-62.
  7. Durie BG, et al. International uniform response criteria for multiple myeloma. Leukemia 2006;20:1467-73. [Pubmed link] [IMWG summary]
  8. Kumar S, et al. IMWG consensus criteria for response and MRD assessment in multiple myeloma. Lancet Oncol 2016:17:e328-46. [Pubmed link]


VERWANTE PAGINA'S:
- Monoklonale gammopathie: MGUS & SMM
- Multipel myeloom: behandeling
- Multipel myeloom: schema's
- Amylo´dose


LINKS IN DEZE PAGINA:
- [IMWG summary]
- [Pubmed link]
- [Pubmed link]
- [Pubmed link]
- [Pubmed link]
- [link]
- [link]


TRIAL-INFO VOOR DEZE PAGINA:
HOVON 129 - PCL
   Originele protocol
   PatiŰnteninformatie: 18-65 jaar
   PatiŰnteninformatie: 66 jaar en ouder
   Inductiekuur 1
   Inductiekuur 2 en verder
   Consolidatiekuur
   Cyclofosfamide mobilisatie
   Maintenance kuur 1-12
   Maintenance v.a. kuur 13
   Recept Lenalidomide
   Recept Carfilzomib
   Samenvatting
   SAE-instructie


Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


ę UMCG  |   Disclaimer